BWBR0026991
Geldig vanaf 2009-12-31
Artikel 21
Kaderregeling documentaire informatievoorziening SZW 2009
1. De directeur van een archiefvormend orgaan en de directeur Bedrijfsvoering zijn bevoegd om, na verkregen machtiging van de minister van Onderwijs, cultuur en Wetenschap, te besluiten tot vervreemding van archiefbescheiden die nog niet zijn overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats.
2. In de bestandsregistratie wordt vermeld op welke datum en aan welke organisatie de archiefbescheiden zijn vervreemd.
3. Indien archiefbescheiden ten gevolge van de vervreemding niet bij een rijksarchiefbewaarplaats komen te berusten, betrekt de directeur van een archiefvormend orgaan bij de voorbereiding van het besluit tot vervreemding deskundigen op het gebied van organisatie en de taken van het overheidsorgaan dat het betreft, een deskundige op het gebied van archiefbeheer van dit overheidsorgaan en de rijksarchivaris of een door hem gemandateerd ambtenaar.
4. Van de vervreemding wordt een verklaring volgens een model opgemaakt en bewaard in het archief van het archiefvormend orgaan en in het archief van de directie Bedrijfsvoering.
5. De verklaring van vervreemding van dossiers uit het dynamisch archief wordt ondertekend door de directeur van een archiefvormend orgaan.
De verklaring van vervreemding van dossiers uit het semi-statisch archief wordt ondertekend door de beheerder.
2. In de bestandsregistratie wordt vermeld op welke datum en aan welke organisatie de archiefbescheiden zijn vervreemd.
3. Indien archiefbescheiden ten gevolge van de vervreemding niet bij een rijksarchiefbewaarplaats komen te berusten, betrekt de directeur van een archiefvormend orgaan bij de voorbereiding van het besluit tot vervreemding deskundigen op het gebied van organisatie en de taken van het overheidsorgaan dat het betreft, een deskundige op het gebied van archiefbeheer van dit overheidsorgaan en de rijksarchivaris of een door hem gemandateerd ambtenaar.
4. Van de vervreemding wordt een verklaring volgens een model opgemaakt en bewaard in het archief van het archiefvormend orgaan en in het archief van de directie Bedrijfsvoering.
5. De verklaring van vervreemding van dossiers uit het dynamisch archief wordt ondertekend door de directeur van een archiefvormend orgaan.
De verklaring van vervreemding van dossiers uit het semi-statisch archief wordt ondertekend door de beheerder.