Artikel 1
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. archief: geheel van archiefbescheiden, ontvangen of opgemaakt door het ministerie of een onderdeel hiervan;
b. archiefvormend orgaan: een al dan niet tijdelijk onderdeel van het ministerie, dan wel van een ander overheidsorgaan, dat werkzaamheden verricht onder de verantwoordelijkheid van de minister en waarvoor afzonderlijk wordt gearchiveerd;
c. beheerder: degene die in opdracht van het archiefvormende orgaan de werkzaamheden verricht en dagelijks toezicht uitoefent met betrekking tot de documentaire informatievoorziening;
d. bestand: groep gegevens of documenten die in onderlinge samenhang is te raadplegen en met een bepaald doel bijeengebracht is op papier, microfilm, een digitale drager of op welke andere drager dan ook;
e. bestandsregistratie: overzicht van alle archiefbestanden van een archiefvormend orgaan;
f. documentair structuurplan: een plan waarin is vastgelegd de wijze waarop de toegankelijkheid van archiefbescheiden is georganiseerd en de wijze waarop archiefbescheiden zijn ingedeeld en gerangschikt;
g. dossier: het geheel van archiefbescheiden die betrekking hebben op de behandeling van een zaak;
h. dynamisch archief: actueel archief waarvan frequent gebruik wordt gemaakt, zoals van de documenten en dossiers die een administratieve functie hebben of een hoge actualiteitswaarde vertegenwoordigen;
i. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
j. ministerie: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
k. Rapport Institutioneel Onderzoek: beschrijving van een beleidsterrein, in taken en handelingen, waarop een of meerdere archiefvormende organen handelend optreden, als kader en context voor de bepaling en selectie van de archiefbescheiden;
l. semi-statisch archief: een niet meer actueel archief met lage raadpleegfrequentie;
m. toepassingsprogrammatuur: de programmatuur die bestemd is voor de ondersteuning van de uitvoering van een werkproces.
a. archief: geheel van archiefbescheiden, ontvangen of opgemaakt door het ministerie of een onderdeel hiervan;
b. archiefvormend orgaan: een al dan niet tijdelijk onderdeel van het ministerie, dan wel van een ander overheidsorgaan, dat werkzaamheden verricht onder de verantwoordelijkheid van de minister en waarvoor afzonderlijk wordt gearchiveerd;
c. beheerder: degene die in opdracht van het archiefvormende orgaan de werkzaamheden verricht en dagelijks toezicht uitoefent met betrekking tot de documentaire informatievoorziening;
d. bestand: groep gegevens of documenten die in onderlinge samenhang is te raadplegen en met een bepaald doel bijeengebracht is op papier, microfilm, een digitale drager of op welke andere drager dan ook;
e. bestandsregistratie: overzicht van alle archiefbestanden van een archiefvormend orgaan;
f. documentair structuurplan: een plan waarin is vastgelegd de wijze waarop de toegankelijkheid van archiefbescheiden is georganiseerd en de wijze waarop archiefbescheiden zijn ingedeeld en gerangschikt;
g. dossier: het geheel van archiefbescheiden die betrekking hebben op de behandeling van een zaak;
h. dynamisch archief: actueel archief waarvan frequent gebruik wordt gemaakt, zoals van de documenten en dossiers die een administratieve functie hebben of een hoge actualiteitswaarde vertegenwoordigen;
i. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
j. ministerie: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
k. Rapport Institutioneel Onderzoek: beschrijving van een beleidsterrein, in taken en handelingen, waarop een of meerdere archiefvormende organen handelend optreden, als kader en context voor de bepaling en selectie van de archiefbescheiden;
l. semi-statisch archief: een niet meer actueel archief met lage raadpleegfrequentie;
m. toepassingsprogrammatuur: de programmatuur die bestemd is voor de ondersteuning van de uitvoering van een werkproces.