BWBR0024823
Geldig vanaf 10-12-2008
Artikel 32
Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten
1. De besturen informeren het college binnen twee weken na inwerkingtreding van dit besluit over de geldende regelgeving op het gebied van:
a. procedures voor vervreemding en verkrijging van aandelen in rechtspersonen door het Land, respectievelijk de eilandgebieden;
b. richtlijnen voor het dividendbeleid van rechtspersonen waarin het Land, respectievelijk de eilandgebieden deelnemen, en
c. procedures en eisen rond de benoeming en het ontslag van bestuurders van rechtspersonen waarin het Land, respectievelijk de eilandgebieden deelnemen.
2. Het college onderzoekt of het betrokken bestuur en Nederland met betrekking tot de regelgeving, bedoeld in het eerste lid, gezamenlijk conclusies hebben getrokken aan de hand van internationaal aanvaarde normen. Indien na onderzoek door het college blijkt dat de gezamenlijke conclusies niet zijn getrokken en niet alsnog binnen redelijke termijn zijn te verwachten, bericht het college dienaangaande de raad van ministers van het Koninkrijk door tussenkomst van Onze Minister.
3. Op een bericht als bedoeld in het tweede lid is artikel 13, vierde, zevende en achtste lid, van overeenkomstige toepassing, waarbij een advies tot het geven van een aanwijzing in afschrift aan het betrokken bestuur wordt gezonden. Het college bericht het betrokken vertegenwoordigend orgaan dat het advies is verzonden Een eventuele aanwijzing door de raad van ministers van het Koninkrijk inzake regelgeving als bedoeld in het eerste lid, is in overeenstemming met internationaal aanvaarde normen en wordt gegeven bij koninklijk besluit op de voordacht van Onze Minister.
a. procedures voor vervreemding en verkrijging van aandelen in rechtspersonen door het Land, respectievelijk de eilandgebieden;
b. richtlijnen voor het dividendbeleid van rechtspersonen waarin het Land, respectievelijk de eilandgebieden deelnemen, en
c. procedures en eisen rond de benoeming en het ontslag van bestuurders van rechtspersonen waarin het Land, respectievelijk de eilandgebieden deelnemen.
2. Het college onderzoekt of het betrokken bestuur en Nederland met betrekking tot de regelgeving, bedoeld in het eerste lid, gezamenlijk conclusies hebben getrokken aan de hand van internationaal aanvaarde normen. Indien na onderzoek door het college blijkt dat de gezamenlijke conclusies niet zijn getrokken en niet alsnog binnen redelijke termijn zijn te verwachten, bericht het college dienaangaande de raad van ministers van het Koninkrijk door tussenkomst van Onze Minister.
3. Op een bericht als bedoeld in het tweede lid is artikel 13, vierde, zevende en achtste lid, van overeenkomstige toepassing, waarbij een advies tot het geven van een aanwijzing in afschrift aan het betrokken bestuur wordt gezonden. Het college bericht het betrokken vertegenwoordigend orgaan dat het advies is verzonden Een eventuele aanwijzing door de raad van ministers van het Koninkrijk inzake regelgeving als bedoeld in het eerste lid, is in overeenstemming met internationaal aanvaarde normen en wordt gegeven bij koninklijk besluit op de voordacht van Onze Minister.
- Citeren als
- Art. 32
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024823
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl