BWBR0024823
Geldig vanaf 10-12-2008
Artikel 11
Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten
1. Het bestuur zendt uiterlijk op 15 augustus voorafgaande aan het begrotingsjaar een afschrift van de ontwerpbegroting voor advies aan het college.
2. Op verzoek van het bestuur kan in overleg met het college een latere datum worden overeengekomen waarop de ontwerpbegroting uiterlijk toegezonden zal worden.
3. De bij een vertegenwoordigend orgaan ingediende ontwerpbegroting gaat vergezeld van een advies als bedoeld in artikel 12. De indiener geeft bij de ontwerpbegroting aan in hoeverre en op welke wijze rekening is gehouden met dat advies.
4. Het bestuur zendt de begroting, onmiddellijk nadat deze is vastgesteld, voor advies als bedoeld in artikel 12, aan het college.
5. Het college zendt een advies ter zake van een ontwerpbegroting of een vastgestelde begroting binnen veertien dagen na ontvangst van die ontwerpbegroting onderscheidenlijk vastgestelde begroting aan het betreffende bestuur.
6. De afkondiging van een begroting kan, in afwijking van artikel 18, tweede lid, van de Staatsregeling of artikel 77 van de Eilandenregeling Nederlandse Antillen worden aangehouden totdat het college daarover advies heeft uitgebracht. Een afkondiging wordt niet langer aangehouden dan gedurende de termijn, bedoeld in het vijfde lid. De Gouverneur onderscheidenlijk de gezaghebber kan in verband met het aflopen van die termijn het aanhouden van de afkondiging eenmalig met ten hoogste een week verlengen.
7. Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een ontwerpverordening tot wijziging van een begroting en op een vastgestelde verordening tot wijziging van een begroting.
2. Op verzoek van het bestuur kan in overleg met het college een latere datum worden overeengekomen waarop de ontwerpbegroting uiterlijk toegezonden zal worden.
3. De bij een vertegenwoordigend orgaan ingediende ontwerpbegroting gaat vergezeld van een advies als bedoeld in artikel 12. De indiener geeft bij de ontwerpbegroting aan in hoeverre en op welke wijze rekening is gehouden met dat advies.
4. Het bestuur zendt de begroting, onmiddellijk nadat deze is vastgesteld, voor advies als bedoeld in artikel 12, aan het college.
5. Het college zendt een advies ter zake van een ontwerpbegroting of een vastgestelde begroting binnen veertien dagen na ontvangst van die ontwerpbegroting onderscheidenlijk vastgestelde begroting aan het betreffende bestuur.
6. De afkondiging van een begroting kan, in afwijking van artikel 18, tweede lid, van de Staatsregeling of artikel 77 van de Eilandenregeling Nederlandse Antillen worden aangehouden totdat het college daarover advies heeft uitgebracht. Een afkondiging wordt niet langer aangehouden dan gedurende de termijn, bedoeld in het vijfde lid. De Gouverneur onderscheidenlijk de gezaghebber kan in verband met het aflopen van die termijn het aanhouden van de afkondiging eenmalig met ten hoogste een week verlengen.
7. Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een ontwerpverordening tot wijziging van een begroting en op een vastgestelde verordening tot wijziging van een begroting.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024823
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl