BWBR0024823
Geldig vanaf 10-12-2008
Artikel 3
Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten
1. Een lid van het college kan niet tevens zijn:
a. Gouverneur;
b. minister of staatssecretaris;
c. commissaris van de Koning of gedeputeerde;
d. lid van een vertegenwoordigend orgaan of van een daarmee vergelijkbaar orgaan van Nederland;
e. gezaghebber of gedeputeerde van een eilandgebied;
f. burgemeester of wethouder;
g. lid van de Raad van Advies van de Nederlandse Antillen;
h. lid van de Raad van State van het Koninkrijk;
i. lid van de Algemene Rekenkamer van het Land of van Nederland;
j. nationale of eilandelijke ombudsman of substituut-ombudsman;
k. ambtenaar bij een ministerie of een eilandgebied, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven.
2. Een lid vervult ook overigens geen nevenfunctie of andere betrekking die overigens ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3. Een lid meldt het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie of andere betrekking aan het college. Het college informeert Onze Minister en de besturen.
4. Het college maakt de nevenfuncties en andere betrekkingen van een lid openbaar. Openbaarmaking geschiedt bij zijn benoeming en voorts door jaarlijkse publicatie van een opgave van deze nevenfuncties en betrekkingen in de Staatscourant en De Curaçaosche Courant.
a. Gouverneur;
b. minister of staatssecretaris;
c. commissaris van de Koning of gedeputeerde;
d. lid van een vertegenwoordigend orgaan of van een daarmee vergelijkbaar orgaan van Nederland;
e. gezaghebber of gedeputeerde van een eilandgebied;
f. burgemeester of wethouder;
g. lid van de Raad van Advies van de Nederlandse Antillen;
h. lid van de Raad van State van het Koninkrijk;
i. lid van de Algemene Rekenkamer van het Land of van Nederland;
j. nationale of eilandelijke ombudsman of substituut-ombudsman;
k. ambtenaar bij een ministerie of een eilandgebied, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven.
2. Een lid vervult ook overigens geen nevenfunctie of andere betrekking die overigens ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3. Een lid meldt het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie of andere betrekking aan het college. Het college informeert Onze Minister en de besturen.
4. Het college maakt de nevenfuncties en andere betrekkingen van een lid openbaar. Openbaarmaking geschiedt bij zijn benoeming en voorts door jaarlijkse publicatie van een opgave van deze nevenfuncties en betrekkingen in de Staatscourant en De Curaçaosche Courant.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024823
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl