BWBR0024823
Geldig vanaf 10-12-2008
Artikel 14
Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten
1. Als het college binnen een week na 15 augustus respectievelijk de op grond van artikel 11, tweede lid, overeengekomen datum nog geen ontwerpbegroting heeft ontvangen, respectievelijk op 15 december nog geen vastgestelde begroting heeft ontvangen, en er naar zijn oordeel ook geen uitzicht bestaat dat binnen een redelijke termijn alsnog een ontwerpbegroting, respectievelijk een vastgestelde begroting zal worden toegezonden, bericht het college dienaangaande de raad van ministers van het Koninkrijk door tussenkomst van Onze Minister.
2. Een bericht van het college als bedoeld in het eerste lid kan vergezeld gaan van een gemotiveerd advies tot het geven van een aanwijzing.
3. Het college zendt gelijk met het advies, bedoeld in het tweede lid, een afschrift daarvan aan het betreffende bestuur en bericht het betrokken vertegenwoordigend orgaan dat het advies is verzonden.
4. Op een advies als bedoeld in het tweede lid kan de raad van ministers van het Koninkrijk beslissen tot het geven van een aanwijzing aan het betreffende bestuur alsnog een ontwerpbegroting, respectievelijk een vastgestelde begroting ter beoordeling toe te zenden aan het college. Alvorens een voorstel voor een aanwijzing bij de raad van ministers van het Koninkrijk wordt ingediend stelt Onze Minister het betrokken bestuur in de gelegenheid zijn visie te geven.
5. De aanwijzing geschiedt bij koninklijk besluit op de voordracht van Onze Minister.
6. Indien bij de aanvang van een begrotingsjaar er geen op dat jaar betrekking hebbende begroting in werking is getreden, strekt de begroting van het aan het betrokken begrotingsjaar voorafgaande jaar tot grondslag van het beheer, zulks om de dienst gaande te houden.
2. Een bericht van het college als bedoeld in het eerste lid kan vergezeld gaan van een gemotiveerd advies tot het geven van een aanwijzing.
3. Het college zendt gelijk met het advies, bedoeld in het tweede lid, een afschrift daarvan aan het betreffende bestuur en bericht het betrokken vertegenwoordigend orgaan dat het advies is verzonden.
4. Op een advies als bedoeld in het tweede lid kan de raad van ministers van het Koninkrijk beslissen tot het geven van een aanwijzing aan het betreffende bestuur alsnog een ontwerpbegroting, respectievelijk een vastgestelde begroting ter beoordeling toe te zenden aan het college. Alvorens een voorstel voor een aanwijzing bij de raad van ministers van het Koninkrijk wordt ingediend stelt Onze Minister het betrokken bestuur in de gelegenheid zijn visie te geven.
5. De aanwijzing geschiedt bij koninklijk besluit op de voordracht van Onze Minister.
6. Indien bij de aanvang van een begrotingsjaar er geen op dat jaar betrekking hebbende begroting in werking is getreden, strekt de begroting van het aan het betrokken begrotingsjaar voorafgaande jaar tot grondslag van het beheer, zulks om de dienst gaande te houden.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024823
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl