BWBR0024823
Geldig vanaf 10-12-2008
Artikel 18
Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten
1. De besturen zenden uiterlijk zes weken na afloop van ieder kwartaal een uitvoeringsrapportage aan het college en aan het betrokken vertegenwoordigend orgaan.
2. Het college en de besturen stellen ten behoeve van de uitvoeringsrapportage gezamenlijk een model vast, dat aangeeft over welke onderwerpen gerapporteerd wordt. Hiertoe behoren in ieder geval informatie over de uitputting van de begroting (resterende verplichtingenruimte), eventuele nieuwe beleidsvoornemens met financiële consequenties en mee- en tegenvallers in de uitvoering van de begroting.
3. Indien uit de uitvoeringsrapportage over het vierde kwartaal blijkt dat sprake is van een tekort op de gewone dienst of van een overschrijding van de rentelastnorm, geeft het bestuur in die rapportage aan welke maatregelen worden voorgenomen ter compensatie van het tekort, respectievelijk de overschrijding.
4. Uiterlijk 31 augustus van ieder jaar verstrekken de besturen een afschrift van de vastgestelde jaarrekening van het voorafgaande jaar aan het college.
5. Indien de jaarrekening op dat tijdstip nog niet is vastgesteld, verstrekken de besturen de in voorbereiding zijnde jaarrekening naar de stand van dat tijdstip. Het bestuur verstrekt de bevindingen van de Algemene Rekenkamer van de Nederlandse Antillen en van de interne accountant op het ontwerp van de jaarrekening onmiddellijk na de ontvangst van die bevindingen aan het college.
6. Indien uit de vastgestelde jaarrekening blijkt dat sprake is van een tekort op de gewone dienst of van een overschrijding van de rentelastnorm, geeft het bestuur tegelijk met de jaarrekening aan welke maatregelen worden voorgenomen ter compensatie van het tekort, respectievelijk de overschrijding.
7. Het college beoordeelt de voorgenomen maatregelen, bedoeld in het derde en het zesde lid, aan de hand van de normen, genoemd in artikel 15, en zendt het bestuur binnen veertien dagen na ontvangst van de betreffende uitvoeringsrapportage een advies overeenkomstig artikel 12, eerste lid.
8. Op een advies als bedoeld in het zevende lid, is artikel 13 van overeenkomstige toepassing.
2. Het college en de besturen stellen ten behoeve van de uitvoeringsrapportage gezamenlijk een model vast, dat aangeeft over welke onderwerpen gerapporteerd wordt. Hiertoe behoren in ieder geval informatie over de uitputting van de begroting (resterende verplichtingenruimte), eventuele nieuwe beleidsvoornemens met financiële consequenties en mee- en tegenvallers in de uitvoering van de begroting.
3. Indien uit de uitvoeringsrapportage over het vierde kwartaal blijkt dat sprake is van een tekort op de gewone dienst of van een overschrijding van de rentelastnorm, geeft het bestuur in die rapportage aan welke maatregelen worden voorgenomen ter compensatie van het tekort, respectievelijk de overschrijding.
4. Uiterlijk 31 augustus van ieder jaar verstrekken de besturen een afschrift van de vastgestelde jaarrekening van het voorafgaande jaar aan het college.
5. Indien de jaarrekening op dat tijdstip nog niet is vastgesteld, verstrekken de besturen de in voorbereiding zijnde jaarrekening naar de stand van dat tijdstip. Het bestuur verstrekt de bevindingen van de Algemene Rekenkamer van de Nederlandse Antillen en van de interne accountant op het ontwerp van de jaarrekening onmiddellijk na de ontvangst van die bevindingen aan het college.
6. Indien uit de vastgestelde jaarrekening blijkt dat sprake is van een tekort op de gewone dienst of van een overschrijding van de rentelastnorm, geeft het bestuur tegelijk met de jaarrekening aan welke maatregelen worden voorgenomen ter compensatie van het tekort, respectievelijk de overschrijding.
7. Het college beoordeelt de voorgenomen maatregelen, bedoeld in het derde en het zesde lid, aan de hand van de normen, genoemd in artikel 15, en zendt het bestuur binnen veertien dagen na ontvangst van de betreffende uitvoeringsrapportage een advies overeenkomstig artikel 12, eerste lid.
8. Op een advies als bedoeld in het zevende lid, is artikel 13 van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024823
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl