BWBR0024238
Geldig vanaf 2008-08-25
Artikel 45
Wet tuchtrechtspraak accountants
De tijdelijke doorhaling van de inschrijving, bedoeld in artikel 44, eerste lid, vervalt op het moment dat:
a. het College op grond van artikel 44, tweede lid, de tijdelijke doorhaling opheft; of
b. het College de zaak zelf afdoet op grond van artikel 43i, eerste lid; of
c. de accountantskamer, nadat de zaak op grond van artikel 43i, eerste lid, ter afdoening naar de accountantskamer is verwezen, de tijdelijke doorhaling opheft; of
d. het vonnis van de accountantskamer onherroepelijk wordt nadat de accountantskamer de zaak die op grond van artikel 43i, eerste lid, ter afdoening naar de accountantskamer verwezen is, heeft behandeld.
a. het College op grond van artikel 44, tweede lid, de tijdelijke doorhaling opheft; of
b. het College de zaak zelf afdoet op grond van artikel 43i, eerste lid; of
c. de accountantskamer, nadat de zaak op grond van artikel 43i, eerste lid, ter afdoening naar de accountantskamer is verwezen, de tijdelijke doorhaling opheft; of
d. het vonnis van de accountantskamer onherroepelijk wordt nadat de accountantskamer de zaak die op grond van artikel 43i, eerste lid, ter afdoening naar de accountantskamer verwezen is, heeft behandeld.