BWBR0024238
Geldig vanaf 2008-08-25
Artikel 38
Wet tuchtrechtspraak accountants
1. De accountantskamer doet schriftelijk uitspraak. De uitspraak wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
2. De uitspraak houdt in de beslissing omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de voorschriften waarop zij berust.
3. De accountantskamer kan een klacht niet-ontvankelijk verklaren.
4. De accountantskamer, dan wel de voorzitter daarvan, spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede en het derde lid, in het openbaar uit.
5. In afwijking van het eerste lid, kan de accountantskamer na sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen.
6. De secretaris maakt van de mondelinge uitspraak een proces-verbaal op.
7. De uitspraak wordt onverwijld aan de betrokkene, de klager, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden.
2. De uitspraak houdt in de beslissing omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de voorschriften waarop zij berust.
3. De accountantskamer kan een klacht niet-ontvankelijk verklaren.
4. De accountantskamer, dan wel de voorzitter daarvan, spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede en het derde lid, in het openbaar uit.
5. In afwijking van het eerste lid, kan de accountantskamer na sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen.
6. De secretaris maakt van de mondelinge uitspraak een proces-verbaal op.
7. De uitspraak wordt onverwijld aan de betrokkene, de klager, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden.