BWBR0024238
Geldig vanaf 2008-08-25
Artikel 36
Wet tuchtrechtspraak accountants
1. De accountantskamer kan ambtshalve of op verzoek van de betrokkene of de klager getuigen oproepen.
2. Ieder die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor de accountantskamer te verschijnen. Artikel 27, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot het horen van de getuigen en hun recht van verschoning zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/217" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 217 tot en met 220 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
4. De voorzitter van de accountantskamer kan bepalen dat getuigen niet zullen worden gehoord dan na het afleggen van de eed of de belofte. Zij leggen in dat geval de eed of de belofte af dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid.
2. Ieder die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor de accountantskamer te verschijnen. Artikel 27, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot het horen van de getuigen en hun recht van verschoning zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/217" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 217 tot en met 220 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
4. De voorzitter van de accountantskamer kan bepalen dat getuigen niet zullen worden gehoord dan na het afleggen van de eed of de belofte. Zij leggen in dat geval de eed of de belofte af dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid.