BWBR0024238
Geldig vanaf 2008-08-25
Artikel 19
Wet tuchtrechtspraak accountants
1. De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden die rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zijn, alsmede de secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen, worden voor hun werkzaamheden bij de accountantskamer vrijgesteld.
2. Onze Minister compenseert het betrokken gerecht voor het vrijstellen van de personen, bedoeld in het eerste lid.
3. De overige leden en plaatsvervangende leden ontvangen van Onze Minister een vacatiegeld voor hun werkzaamheden voor de accountantskamer volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.
4. De opgeroepen getuigen en deskundigen ontvangen ten laste van Onze Minister een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0002406" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tarieven in strafzaken</a>.
2. Onze Minister compenseert het betrokken gerecht voor het vrijstellen van de personen, bedoeld in het eerste lid.
3. De overige leden en plaatsvervangende leden ontvangen van Onze Minister een vacatiegeld voor hun werkzaamheden voor de accountantskamer volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.
4. De opgeroepen getuigen en deskundigen ontvangen ten laste van Onze Minister een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0002406" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tarieven in strafzaken</a>.