BWBR0024197
Geldig vanaf 2008-07-19
Artikel 7
Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006
1. De hoogte van de uitkering van de betrokkene die is geboren vóór 1950 bij ontslag uit een functie als bedoeld in artikel 97, tweede lid, Algemeen Rijksambtenarenreglementwordt, afhankelijk van de leeftijd op de datum van het ontslag, bepaald volgens onderstaande tabel.
[tabel]
2. De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met zoveel – ten hoogste tien – keer 0,5% van de bezoldiging als het totaal aantal volle voor pensioen geldige dienstjaren, die meetellen voor de pensioenberekening krachtens het pensioenreglement, op de dag van ingang van het ontslag meer dan dertig bedraagt.
[tabel]
2. De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met zoveel – ten hoogste tien – keer 0,5% van de bezoldiging als het totaal aantal volle voor pensioen geldige dienstjaren, die meetellen voor de pensioenberekening krachtens het pensioenreglement, op de dag van ingang van het ontslag meer dan dertig bedraagt.