BWBR0024197
Geldig vanaf 2008-07-19
Artikel 4
Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006
1. De hoogte van de uitkering bij ontslag uit een functie als bedoeld in artikel 97, derde lid, Algemeen Rijksambtenarenreglementwordt, afhankelijk van de leeftijd van de betrokkene op de datum van het ontslag, gedurende de eerste zestig maanden bepaald volgens onderstaande tabel en bedraagt vervolgens 70% van de bezoldiging:
[tabel]
2. De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met zoveel – ten hoogste tien – keer 0,5% van de bezoldiging als het totaal aantal volle voor pensioen geldige dienstjaren, die meetellen voor de pensioenberekening krachtens het pensioenreglement, op de dag van ingang van het ontslag meer dan dertig bedraagt.
[tabel]
2. De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met zoveel – ten hoogste tien – keer 0,5% van de bezoldiging als het totaal aantal volle voor pensioen geldige dienstjaren, die meetellen voor de pensioenberekening krachtens het pensioenreglement, op de dag van ingang van het ontslag meer dan dertig bedraagt.