BWBR0024197
Geldig vanaf 2008-07-19
Artikel 2
Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006
1. In deze regeling wordt verstaan onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaand aan zijn ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad.
2. In afwijking van het eerste lid gelden de toelagen, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 18, eerste lid, van genoemd besluit en de over die toelagen berekende vakantie-uitkering niet als deel van de bezoldiging.
3. Indien de door de betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging als bedoeld in het eerste en tweede lid, geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten bestond, geldt in zoverre in afwijking van het eerste lid als bezoldiging het gemiddelde van die inkomsten.
4. De bezoldiging, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop de salariswijziging, respectievelijk de wijziging van de vakantie-uitkering of de eindejaarsuitkering van kracht wordt.
2. In afwijking van het eerste lid gelden de toelagen, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 18, eerste lid, van genoemd besluit en de over die toelagen berekende vakantie-uitkering niet als deel van de bezoldiging.
3. Indien de door de betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging als bedoeld in het eerste en tweede lid, geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten bestond, geldt in zoverre in afwijking van het eerste lid als bezoldiging het gemiddelde van die inkomsten.
4. De bezoldiging, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop de salariswijziging, respectievelijk de wijziging van de vakantie-uitkering of de eindejaarsuitkering van kracht wordt.