BWBR0023746
Geldig vanaf 2008-08-01
Artikel 9:6
Algemene douanewet
1. Met betrekking tot het opleggen van een boete naar aanleiding van een verzuim is <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:53" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing.
2. Met betrekking tot het opleggen van een boete naar aanleiding van een vergrijp is <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/10:3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:45, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in deze afdeling door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop het verzuim of vergrijp waarop de bestuurlijke boete betrekking heeft, heeft plaatsgevonden.
2. Met betrekking tot het opleggen van een boete naar aanleiding van een vergrijp is <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/10:3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:45, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in deze afdeling door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop het verzuim of vergrijp waarop de bestuurlijke boete betrekking heeft, heeft plaatsgevonden.