BWBR0022255
Geldig vanaf 2009-01-15
Artikel 6a
Regeling vaststelling verdeelsleutels, bandbreedtes, maatstaven en bedragen Besluit bekostiging financieel toezicht
Het minimumbedrag, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het besluitwordt, voor zover het de financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluitbetreft waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, vastgesteld op:
a. € 1.679 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, van het besluit;
b. € 709 voor schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van het besluit;
c. € 674 voor levensverzekeraars als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, van het besluit;
d. € 5.346 voor beheerders als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van het besluit;
e. € 1.417 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 1°, van het besluit;
f. € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van het besluit;
g. € 0 voor in Nederland gevestigde financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b of c van de wet beleggingsdiensten verlenen;
h. € 2.554 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 1°, van het besluit;
i. € 1.065 voor beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit;
j. € 1.504 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit die niet vallen onder instellingen bedoeld onder s of t waarvan de verhandelbare obligaties of een ander verhandelbaar schuldinstrument of een ander financieel instrument is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid van de wet of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
k. € 409 voor beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit;
l. € 4.860 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit, waarvan de aandelen of de financiële instrumenten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid van de wet of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
m. € 358 voor pensioenfondsen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel j, van het besluit;
n. aanbieders van een financieel product, verdeeld in: 1°. € 636 voor aanbieders van krediet;
2°. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten;
1°. € 636 voor aanbieders van krediet;
2°. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten;
o. adviseurs en bemiddelaars verdeeld in: 1°. € 577 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, die zijn aangesloten bij een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in artikel 12 van het besluit;
2°. € 873 voor overige adviseurs en bemiddelaars.
1°. € 577 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, die zijn aangesloten bij een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in artikel 12 van het besluit;
2°. € 873 voor overige adviseurs en bemiddelaars.
a. € 1.679 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, van het besluit;
b. € 709 voor schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van het besluit;
c. € 674 voor levensverzekeraars als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, van het besluit;
d. € 5.346 voor beheerders als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van het besluit;
e. € 1.417 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 1°, van het besluit;
f. € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van het besluit;
g. € 0 voor in Nederland gevestigde financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b of c van de wet beleggingsdiensten verlenen;
h. € 2.554 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 1°, van het besluit;
i. € 1.065 voor beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit;
j. € 1.504 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit die niet vallen onder instellingen bedoeld onder s of t waarvan de verhandelbare obligaties of een ander verhandelbaar schuldinstrument of een ander financieel instrument is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid van de wet of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
k. € 409 voor beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit;
l. € 4.860 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit, waarvan de aandelen of de financiële instrumenten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid van de wet of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
m. € 358 voor pensioenfondsen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel j, van het besluit;
n. aanbieders van een financieel product, verdeeld in: 1°. € 636 voor aanbieders van krediet;
2°. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten;
1°. € 636 voor aanbieders van krediet;
2°. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten;
o. adviseurs en bemiddelaars verdeeld in: 1°. € 577 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, die zijn aangesloten bij een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in artikel 12 van het besluit;
2°. € 873 voor overige adviseurs en bemiddelaars.
1°. € 577 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, die zijn aangesloten bij een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in artikel 12 van het besluit;
2°. € 873 voor overige adviseurs en bemiddelaars.