BWBR0022255
Geldig vanaf 2009-01-15
Artikel 5
Regeling vaststelling verdeelsleutels, bandbreedtes, maatstaven en bedragen Besluit bekostiging financieel toezicht
Het minimumbedrag, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het besluit, wordt, voor zover het door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen kosten betreft, vastgesteld op:
a. € 31.500 voor clearinginstellingen;
b. € 31.500 voor kredietinstellingen en ondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 1° van het besluit;
c. € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 2° van het besluit; 3°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 3° van het besluit;
4°. € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 4° van het besluit;
5°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 5° van het besluit;
6°. € 40.000 voor kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet, die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen;
7°. € 25.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
3°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 3° van het besluit;
4°. € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 4° van het besluit;
5°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 5° van het besluit;
6°. € 40.000 voor kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet, die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen;
7°. € 25.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
c. € 681 voor zorgverzekeraars bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d van het besluit;
d. € 681 voor verzekeraars bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e van het besluit;
e. € 1.000 voor beheerders bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f van het besluit;
f. € 1.000 voor beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel g van het besluit;
g. beleggingsondernemingen, verdeeld in: 1°. € 1.000 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1° van het besluit;
2°. € 1.500 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 2° van het besluit.
1°. € 1.000 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1° van het besluit;
2°. € 1.500 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 2° van het besluit.
a. € 31.500 voor clearinginstellingen;
b. € 31.500 voor kredietinstellingen en ondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 1° van het besluit;
c. € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 2° van het besluit; 3°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 3° van het besluit;
4°. € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 4° van het besluit;
5°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 5° van het besluit;
6°. € 40.000 voor kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet, die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen;
7°. € 25.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
3°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 3° van het besluit;
4°. € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 4° van het besluit;
5°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 5° van het besluit;
6°. € 40.000 voor kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet, die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen;
7°. € 25.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
c. € 681 voor zorgverzekeraars bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d van het besluit;
d. € 681 voor verzekeraars bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e van het besluit;
e. € 1.000 voor beheerders bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f van het besluit;
f. € 1.000 voor beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel g van het besluit;
g. beleggingsondernemingen, verdeeld in: 1°. € 1.000 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1° van het besluit;
2°. € 1.500 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 2° van het besluit.
1°. € 1.000 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1° van het besluit;
2°. € 1.500 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 2° van het besluit.