BWBR0020411
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 8
Besluit bekostiging financieel toezicht
1. De in artikel 6, tweede lid, bedoelde categorieën van financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen zijn, voor zover het door de Autoriteit Financiële Markten in rekening te brengen kosten betreft:
a. clearinginstellingen en banken die het bedrijf van clearinginstelling uitoefenen;
b. banken, verdeeld in: 1°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet;
2°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet;
3°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet;
1°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet;
2°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet;
3°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet;
c. financiële instellingen, verdeeld in: 1°. financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wet;
2°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:25 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
3°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:26 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
1°. financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wet;
2°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:25 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
3°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:26 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
d. verzekeraars, verdeeld in: 1°. schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:47 onderscheidenlijk 2:48, eerste lid, van de wet;
2°. andere schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars dan bedoeld onder 1°;
3°. levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:27, eerste lid, of 2:47 van de wet;
4°. andere levensverzekeraars dan bedoeld onder 3°;
1°. schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:47 onderscheidenlijk 2:48, eerste lid, van de wet;
2°. andere schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars dan bedoeld onder 1°;
3°. levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:27, eerste lid, of 2:47 van de wet;
4°. andere levensverzekeraars dan bedoeld onder 3°;
e. beheerders die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbieden en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder, verdeeld in: 1°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in artikel 2:65 van de wet;
2°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder, aan wie, onderscheidenlijk waaraan, een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 2:69a, eerste lid, is verleend;
3°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in de artikelen 2:71 en 2:72 van de wet, die zijn overgegaan tot het aanbieden van rechten van deelneming;
1°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in artikel 2:65 van de wet;
2°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder, aan wie, onderscheidenlijk waaraan, een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 2:69a, eerste lid, is verleend;
3°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in de artikelen 2:71 en 2:72 van de wet, die zijn overgegaan tot het aanbieden van rechten van deelneming;
f. vervallen;
g. beleggingsondernemingen verdeeld in: 1°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland uitsluitend adviseren over financiële instrumenten;
2°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten of beleggingsdiensten verlenen;
3°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten;
4°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren of beheren;
5°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten overnemen of plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de wet, met plaatsingsgarantie;
6°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de wet, zonder plaatsingsgarantie;
7°. beleggingsondernemingen die in een andere lidstaat een vergunning hebben gekregen voor het verlenen van beleggingsdiensten onderscheidenlijk het verrichten van beleggingsactiviteiten, die in Nederland actief zijn;
8°. houders van een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn;
9° beleggingsondernemingen die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren waarvoor in een andere lidstaat een vergunning is verleend;
10°. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a of b, of 2:98, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten;
1°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland uitsluitend adviseren over financiële instrumenten;
2°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten of beleggingsdiensten verlenen;
3°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten;
4°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren of beheren;
5°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten overnemen of plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de wet, met plaatsingsgarantie;
6°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de wet, zonder plaatsingsgarantie;
7°. beleggingsondernemingen die in een andere lidstaat een vergunning hebben gekregen voor het verlenen van beleggingsdiensten onderscheidenlijk het verrichten van beleggingsactiviteiten, die in Nederland actief zijn;
8°. houders van een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn;
9° beleggingsondernemingen die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren waarvoor in een andere lidstaat een vergunning is verleend;
10°. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a of b, of 2:98, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten;
h. marktexploitanten, verdeeld in: 1°. marktexploitanten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet, die in Nederland actief zijn;
2°. marktexploitanten waaraan een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 5:26, derde lid, van de wet, die in Nederland actief zijn;
3°. houders van een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn;
1°. marktexploitanten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet, die in Nederland actief zijn;
2°. marktexploitanten waaraan een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 5:26, derde lid, van de wet, die in Nederland actief zijn;
3°. houders van een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn;
i. uitgevende instellingen, verdeeld in: 1°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25b, eerste lid, van de wet;
2°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25i, eerste lid, van de wet;
3°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
4°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:60, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
1°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25b, eerste lid, van de wet;
2°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25i, eerste lid, van de wet;
3°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
4°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:60, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
j. pensioenfondsen;
k. natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 1:15 van de wet;
l. aanbieders van een financieel product, verdeeld in: 1°. aanbieders van krediet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:60 van de wet;
2°. aanbieders van beleggingsobjecten;
1°. aanbieders van krediet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:60 van de wet;
2°. aanbieders van beleggingsobjecten;
m. 1°. adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten;
2°. adviseurs en bemiddelaars in een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, niet zijnde een effect;
1°. adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten;
2°. adviseurs en bemiddelaars in een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, niet zijnde een effect;
n. betaaldienstverleners, verdeeld in: 1°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid van de wet;
2°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3e, eerste lid van de wet.
1°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid van de wet;
2°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3e, eerste lid van de wet.
2. Bij ministeriele regeling kunnen nadere categorieën worden vastgesteld.
a. clearinginstellingen en banken die het bedrijf van clearinginstelling uitoefenen;
b. banken, verdeeld in: 1°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet;
2°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet;
3°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet;
1°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet;
2°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet;
3°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet;
c. financiële instellingen, verdeeld in: 1°. financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wet;
2°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:25 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
3°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:26 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
1°. financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wet;
2°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:25 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
3°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:26 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
d. verzekeraars, verdeeld in: 1°. schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:47 onderscheidenlijk 2:48, eerste lid, van de wet;
2°. andere schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars dan bedoeld onder 1°;
3°. levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:27, eerste lid, of 2:47 van de wet;
4°. andere levensverzekeraars dan bedoeld onder 3°;
1°. schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:47 onderscheidenlijk 2:48, eerste lid, van de wet;
2°. andere schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars dan bedoeld onder 1°;
3°. levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:27, eerste lid, of 2:47 van de wet;
4°. andere levensverzekeraars dan bedoeld onder 3°;
e. beheerders die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbieden en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder, verdeeld in: 1°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in artikel 2:65 van de wet;
2°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder, aan wie, onderscheidenlijk waaraan, een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 2:69a, eerste lid, is verleend;
3°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in de artikelen 2:71 en 2:72 van de wet, die zijn overgegaan tot het aanbieden van rechten van deelneming;
1°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in artikel 2:65 van de wet;
2°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder, aan wie, onderscheidenlijk waaraan, een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 2:69a, eerste lid, is verleend;
3°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in de artikelen 2:71 en 2:72 van de wet, die zijn overgegaan tot het aanbieden van rechten van deelneming;
f. vervallen;
g. beleggingsondernemingen verdeeld in: 1°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland uitsluitend adviseren over financiële instrumenten;
2°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten of beleggingsdiensten verlenen;
3°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten;
4°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren of beheren;
5°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten overnemen of plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de wet, met plaatsingsgarantie;
6°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de wet, zonder plaatsingsgarantie;
7°. beleggingsondernemingen die in een andere lidstaat een vergunning hebben gekregen voor het verlenen van beleggingsdiensten onderscheidenlijk het verrichten van beleggingsactiviteiten, die in Nederland actief zijn;
8°. houders van een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn;
9° beleggingsondernemingen die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren waarvoor in een andere lidstaat een vergunning is verleend;
10°. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a of b, of 2:98, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten;
1°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland uitsluitend adviseren over financiële instrumenten;
2°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten of beleggingsdiensten verlenen;
3°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten;
4°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren of beheren;
5°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten overnemen of plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de wet, met plaatsingsgarantie;
6°. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:99 van de wet, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de wet, zonder plaatsingsgarantie;
7°. beleggingsondernemingen die in een andere lidstaat een vergunning hebben gekregen voor het verlenen van beleggingsdiensten onderscheidenlijk het verrichten van beleggingsactiviteiten, die in Nederland actief zijn;
8°. houders van een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn;
9° beleggingsondernemingen die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren waarvoor in een andere lidstaat een vergunning is verleend;
10°. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a of b, of 2:98, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten;
h. marktexploitanten, verdeeld in: 1°. marktexploitanten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet, die in Nederland actief zijn;
2°. marktexploitanten waaraan een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 5:26, derde lid, van de wet, die in Nederland actief zijn;
3°. houders van een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn;
1°. marktexploitanten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet, die in Nederland actief zijn;
2°. marktexploitanten waaraan een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 5:26, derde lid, van de wet, die in Nederland actief zijn;
3°. houders van een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn;
i. uitgevende instellingen, verdeeld in: 1°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25b, eerste lid, van de wet;
2°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25i, eerste lid, van de wet;
3°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
4°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:60, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
1°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25b, eerste lid, van de wet;
2°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25i, eerste lid, van de wet;
3°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
4°. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:60, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
j. pensioenfondsen;
k. natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 1:15 van de wet;
l. aanbieders van een financieel product, verdeeld in: 1°. aanbieders van krediet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:60 van de wet;
2°. aanbieders van beleggingsobjecten;
1°. aanbieders van krediet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:60 van de wet;
2°. aanbieders van beleggingsobjecten;
m. 1°. adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten;
2°. adviseurs en bemiddelaars in een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, niet zijnde een effect;
1°. adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten;
2°. adviseurs en bemiddelaars in een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, niet zijnde een effect;
n. betaaldienstverleners, verdeeld in: 1°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid van de wet;
2°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3e, eerste lid van de wet.
1°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid van de wet;
2°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3e, eerste lid van de wet.
2. Bij ministeriele regeling kunnen nadere categorieën worden vastgesteld.