Het minimumbedrag, bedoeld in
artikel 11, derde lid, van het besluitwordt, voor zover het de financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen, bedoeld in
artikel 8, eerste lid, van het besluitbetreft waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, vastgesteld op:
a. € 0 voor clearinginstellingen en kredietinstellingen die het bedrijf van clearinginstelling uitoefenen;
b. € 1.871 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3°, van het besluit;
c. € 740 voor schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van het besluit;
d. € 0 voor andere schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars dan bedoeld onder c;
e. € 723 voor levensverzekeraars als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, van het besluit;
f. € 0 voor andere levensverzekeraars dan bedoeld onder 3°, van het besluit;
g. € 5.424 voor beheerders als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van het besluit;
h. € 0 voor beheerders als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, van het besluit;
i. € 1.458 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 1° van het besluit;
j. € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van het besluit;
k. € 0 voor niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, van het besluit;
l. € 0 voor niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 4°, van het besluit;
m. € 11.699 voor in Nederland gevestigde financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b of c van de wet beleggingsdiensten verlenen;
n. € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 6°, van het besluit;
o. € 0 voor houders van een markt in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit;
p. € 0 voor houders van een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 2°, van het besluit;
q. € 0 voor houders van een gereglementeerde als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit;
r. € 2.601 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 1°, van het besluit;
s. € 1.092 voor beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit;
t. € 0 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit die geen beleggingsinstelling zijn als bedoeld onder s, waarvan de aandelen of daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of rechten, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
u. € 1.517 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van het besluit die niet vallen onder instellingen bedoeld onder s of t waarvan de verhandelbare obligaties of een ander verhandelbaar schuldinstrument of een ander financieel instrument is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid van de wet of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
v. € 414 voor beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit;
w. € 4.879 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van het besluit, waarvan de aandelen of de financiële instrumenten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid van de wet of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
x. € 361 voor pensioenfondsen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel j, van het besluit;
y. aanbieders van een financieel product, verdeeld in: 1°. € 699 voor aanbieders van krediet;
2°. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten;
3°. € 0 voor aanbieders van financiële producten die tevens financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds zijn als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met k van het besluit;
1°. € 699 voor aanbieders van krediet;
2°. € 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten;
3°. € 0 voor aanbieders van financiële producten die tevens financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds zijn als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met k van het besluit;
z. adviseurs en bemiddelaars verdeeld in: 1°. € 594 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, die zijn aangesloten bij een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in artikel 12 van het besluit;
2°. € 910 voor overige adviseurs en bemiddelaars;
3°. € 0 voor adviseurs en bemiddelaars die tevens een financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds zijn als bedoeld in artikel 8 eerste lid onderdeel a tot en met k van het besluit;
4°. € 0 voor adviseurs en bemiddelaars die tevens aanbieder zijn van een financieel product als bedoeld in artikel 8 eerste lid onderdeel l van het besluit.
1°. € 594 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, die zijn aangesloten bij een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in artikel 12 van het besluit;
2°. € 910 voor overige adviseurs en bemiddelaars;
3°. € 0 voor adviseurs en bemiddelaars die tevens een financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds zijn als bedoeld in artikel 8 eerste lid onderdeel a tot en met k van het besluit;
4°. € 0 voor adviseurs en bemiddelaars die tevens aanbieder zijn van een financieel product als bedoeld in artikel 8 eerste lid onderdeel l van het besluit.