BWBR0022255
Geldig vanaf 2009-01-15
Artikel 4
Regeling vaststelling verdeelsleutels, bandbreedtes, maatstaven en bedragen Besluit bekostiging financieel toezicht
De maatstaven, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, worden voor de categorieën financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen, bedoeld in artikel 8, als volgt vastgesteld:
a. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 2:20 van de wet, die het bedrijf van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
b. schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, 2:47 onderscheidenlijk 2:48, eerste lid, van de wet: bruto premie-inkomen in Nederland;
c. levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:27, eerste lid, of 2:47 van de wet: bruto premie-inkomen in Nederland;
d. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in artikel 2:65 van de wet: het gezamenlijke balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
e. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 van de wet en die uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen is belast met het verrichten van transacties in financiële instrumenten;
f. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 van de wet en die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen;
g. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b of c van de wet beleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen
h. houders van een markt in financiële instrumenten waaraan een erkenning is verleend als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet: het aantal transacties in financiële instrumenten tot stand gekomen op de markt in financiële instrumenten;
i. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:59 van de wet: instellingen, niet zijnde beleggingsinstellingen, waarvan de aandelen of andere daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of rechten niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd: de gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling over de eerste drie maanden van het lopende kalenderjaar;
j. aanbieders van krediet: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet;
k. aanbieders van beleggingsobjecten: ingelegde gelden;
l. adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd.
a. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 2:20 van de wet, die het bedrijf van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
b. schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, 2:47 onderscheidenlijk 2:48, eerste lid, van de wet: bruto premie-inkomen in Nederland;
c. levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:27, eerste lid, of 2:47 van de wet: bruto premie-inkomen in Nederland;
d. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in artikel 2:65 van de wet: het gezamenlijke balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
e. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 van de wet en die uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen is belast met het verrichten van transacties in financiële instrumenten;
f. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 van de wet en die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen;
g. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b of c van de wet beleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen
h. houders van een markt in financiële instrumenten waaraan een erkenning is verleend als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet: het aantal transacties in financiële instrumenten tot stand gekomen op de markt in financiële instrumenten;
i. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:59 van de wet: instellingen, niet zijnde beleggingsinstellingen, waarvan de aandelen of andere daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of rechten niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd: de gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling over de eerste drie maanden van het lopende kalenderjaar;
j. aanbieders van krediet: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet;
k. aanbieders van beleggingsobjecten: ingelegde gelden;
l. adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd.