BWBR0022255
Geldig vanaf 2009-01-15
Artikel 3
Regeling vaststelling verdeelsleutels, bandbreedtes, maatstaven en bedragen Besluit bekostiging financieel toezicht
Ter bepaling van de tarieven, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, worden voor de volgende categorieën financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 7 van het besluit, de maatstaven als volgt vastgesteld:
a. clearinginstellingen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
b. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet die het bedrijf van bank uitoefenen en ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet en die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
c. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld is uitgegeven;
d. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet die het bedrijf van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
e. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven;
f. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet die het bedrijf van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
g. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven;
h. kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die op grond van artikel 2:15 van de wet hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
i. zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 7, onderdeel d, van het besluit: aantal verzekerden, als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;
j. verzekeraars als bedoeld in artikel 7, onderdeel e, van het besluit: het bruto premie-inkomen;
k. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, van de wet, niet zijnde beheerders als bedoeld onder l.: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
l. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, tweede lid, van de wet: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
m. beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder: het balanstotaal;
n. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van transacties in financiële instrumenten;
o. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling.
a. clearinginstellingen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
b. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet die het bedrijf van bank uitoefenen en ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet en die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
c. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld is uitgegeven;
d. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet die het bedrijf van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
e. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven;
f. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet die het bedrijf van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
g. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet die het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven;
h. kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die op grond van artikel 2:15 van de wet hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
i. zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 7, onderdeel d, van het besluit: aantal verzekerden, als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;
j. verzekeraars als bedoeld in artikel 7, onderdeel e, van het besluit: het bruto premie-inkomen;
k. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, van de wet, niet zijnde beheerders als bedoeld onder l.: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
l. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, tweede lid, van de wet: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
m. beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder: het balanstotaal;
n. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van transacties in financiële instrumenten;
o. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling.