BWBR0020411
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 7
Besluit bekostiging financieel toezicht
1. De in artikel 6, tweede lid, bedoelde categorieën van financiële ondernemingen zijn, voor zover het door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen kosten betreft:
a. clearinginstellingen;
b. banken, verdeeld in: 1°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet en die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen;
2°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet;
3°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet;
4°. banken met zetel in een andere lidstaat die op grond van artikel 2:15 van de wet hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen;
1°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet en die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen;
2°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet;
3°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet;
4°. banken met zetel in een andere lidstaat die op grond van artikel 2:15 van de wet hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen;
c. financiële instellingen, verdeeld in: 1°. financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wet;
2°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:25 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
3°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:26 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
1°. financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wet;
2°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:25 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
3°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:26 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
d. zorgverzekeraars, als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de wet;
e. verzekeraars, niet zijnde zorgverzekeraars als bedoeld in onderdeel d;
f. beheerders, verdeeld in: 1°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, van de wet, niet zijnde beheerders als bedoeld onder 2º;
2°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, tweede lid, van de wet;
3°. beheerders waaraan een ontheffing is verleend;
4°. beheerders als bedoeld in artikel 2:71 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
5°. beheerders als bedoeld in artikel 2:72 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
6°. beheerders als bedoeld in artikel 2:73 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
1°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, van de wet, niet zijnde beheerders als bedoeld onder 2º;
2°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, tweede lid, van de wet;
3°. beheerders waaraan een ontheffing is verleend;
4°. beheerders als bedoeld in artikel 2:71 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
5°. beheerders als bedoeld in artikel 2:72 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
6°. beheerders als bedoeld in artikel 2:73 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
g. beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder;
h. beleggingsondernemingen verdeeld in: 1°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening;
2°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die in de uitoefening van een beroep of bedrijf een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren;
3°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verlenen;
4°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten;
5°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten;
6°. beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf uitsluitend adviseren over financiële instrumenten;
1°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening;
2°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die in de uitoefening van een beroep of bedrijf een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren;
3°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verlenen;
4°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten;
5°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten;
6°. beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf uitsluitend adviseren over financiële instrumenten;
i. betaaldienstverlener, verdeeld in: 1°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, van de wet;
2°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3e, eerste lid, van de wet;
1°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, van de wet;
2°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3e, eerste lid, van de wet;
j. banken met zetel in Nederland die zijn opgenomen in een openbaar register als bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft;
k. entiteiten voor risico-acceptatie, verdeeld in: 1°. entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54a van de wet;
2°. entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54d van de wet;
3°. entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een staat die geen aangewezen staat is, die een verklaring hebben overlegd als bedoeld in artikel 2:54f van de wet;
1°. entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54a van de wet;
2°. entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54d van de wet;
3°. entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een staat die geen aangewezen staat is, die een verklaring hebben overlegd als bedoeld in artikel 2:54f van de wet;
l. premiepensioeninstellingen;
m. elektronischgeldinstellingen, verdeeld in: 1°. elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10a van de wet;
2°. elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10e van de wet.
1°. elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10a van de wet;
2°. elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10e van de wet.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere categorieën worden vastgesteld.
a. clearinginstellingen;
b. banken, verdeeld in: 1°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet en die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen;
2°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet;
3°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet;
4°. banken met zetel in een andere lidstaat die op grond van artikel 2:15 van de wet hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen;
1°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet en die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen;
2°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 van de wet;
3°. banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet;
4°. banken met zetel in een andere lidstaat die op grond van artikel 2:15 van de wet hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen;
c. financiële instellingen, verdeeld in: 1°. financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wet;
2°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:25 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
3°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:26 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
1°. financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wet;
2°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:25 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
3°. financiële instellingen die ingevolge artikel 2:26 van de wet in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen;
d. zorgverzekeraars, als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de wet;
e. verzekeraars, niet zijnde zorgverzekeraars als bedoeld in onderdeel d;
f. beheerders, verdeeld in: 1°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, van de wet, niet zijnde beheerders als bedoeld onder 2º;
2°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, tweede lid, van de wet;
3°. beheerders waaraan een ontheffing is verleend;
4°. beheerders als bedoeld in artikel 2:71 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
5°. beheerders als bedoeld in artikel 2:72 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
6°. beheerders als bedoeld in artikel 2:73 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
1°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, van de wet, niet zijnde beheerders als bedoeld onder 2º;
2°. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, tweede lid, van de wet;
3°. beheerders waaraan een ontheffing is verleend;
4°. beheerders als bedoeld in artikel 2:71 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
5°. beheerders als bedoeld in artikel 2:72 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
6°. beheerders als bedoeld in artikel 2:73 van de wet, die met inachtneming van dat artikel zijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming;
g. beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder;
h. beleggingsondernemingen verdeeld in: 1°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening;
2°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die in de uitoefening van een beroep of bedrijf een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren;
3°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verlenen;
4°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten;
5°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten;
6°. beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf uitsluitend adviseren over financiële instrumenten;
1°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening;
2°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die in de uitoefening van een beroep of bedrijf een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren;
3°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verlenen;
4°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten;
5°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten;
6°. beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf uitsluitend adviseren over financiële instrumenten;
i. betaaldienstverlener, verdeeld in: 1°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, van de wet;
2°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3e, eerste lid, van de wet;
1°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, van de wet;
2°. betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3e, eerste lid, van de wet;
j. banken met zetel in Nederland die zijn opgenomen in een openbaar register als bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft;
k. entiteiten voor risico-acceptatie, verdeeld in: 1°. entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54a van de wet;
2°. entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54d van de wet;
3°. entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een staat die geen aangewezen staat is, die een verklaring hebben overlegd als bedoeld in artikel 2:54f van de wet;
1°. entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54a van de wet;
2°. entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54d van de wet;
3°. entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een staat die geen aangewezen staat is, die een verklaring hebben overlegd als bedoeld in artikel 2:54f van de wet;
l. premiepensioeninstellingen;
m. elektronischgeldinstellingen, verdeeld in: 1°. elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10a van de wet;
2°. elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10e van de wet.
1°. elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10a van de wet;
2°. elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10e van de wet.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere categorieën worden vastgesteld.