BWBR0021981
Geldig vanaf 2007-06-06
Artikel 4
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Inspectie Werk en Inkomen 2007
De directeur Toezicht gemeenten is tevens verantwoordelijk voor:
a. het leiding geven aan de stafafdelingen Concern Control en Juridische Zaken;
b. het zorgdragen voor een betrouwbare, effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, binnen door de inspecteur-generaal vastgestelde kaders, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de Inspectie;
c. het personeelsbeleid van de Inspectie, met inbegrip van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet is voorbehouden aan de plaatsvervangend secretaris-generaal of de inspecteur-generaal;
d. de personeelsaangelegenheden van functionarissen die niet meer onder de inspecteur-generaal ressorteren en ten aanzien van wie geen andere functionaris binnen het Ministerie (meer) kan worden aangewezen, maar die op 31 december 2002 of later onder de inspecteur-generaal ressorteerden;
e. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de Inspectie, voor zover het niet gaat om centraal georganiseerde werkgeversverplichtingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onder b, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004;
f. het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging van de Inspectie;
g. de deskundigheidsbevordering en het kwaliteitsmanagement bij de Inspectie;
h. het informatiebeleid en de informatisering van toezichtprocessen en ondersteunende processen;
i. de juridische en wetstechnische ondersteuning bij de ontwikkeling en uitvoering van het toezicht;
j. de coördinatie en uitvoering van de toezichtbaarheidstoetsen, bedoeld in artikel 41 van de wet;
k. het fungeren als coördinatie- en aanspreekpunt voor de Inspectie inzake juridische aangelegenheden;
l. de inbreng van juridische expertise ten behoeve van de bedrijfsvoering;
m. het rapporteren en het afleggen van verantwoording aan de inspecteur-generaal over de uitvoering van het jaarplan en het meerjarenplan van de Inspectie voor wat betreft de onder hem ressorterende stafafdelingen.
a. het leiding geven aan de stafafdelingen Concern Control en Juridische Zaken;
b. het zorgdragen voor een betrouwbare, effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, binnen door de inspecteur-generaal vastgestelde kaders, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de Inspectie;
c. het personeelsbeleid van de Inspectie, met inbegrip van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet is voorbehouden aan de plaatsvervangend secretaris-generaal of de inspecteur-generaal;
d. de personeelsaangelegenheden van functionarissen die niet meer onder de inspecteur-generaal ressorteren en ten aanzien van wie geen andere functionaris binnen het Ministerie (meer) kan worden aangewezen, maar die op 31 december 2002 of later onder de inspecteur-generaal ressorteerden;
e. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de Inspectie, voor zover het niet gaat om centraal georganiseerde werkgeversverplichtingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onder b, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004;
f. het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging van de Inspectie;
g. de deskundigheidsbevordering en het kwaliteitsmanagement bij de Inspectie;
h. het informatiebeleid en de informatisering van toezichtprocessen en ondersteunende processen;
i. de juridische en wetstechnische ondersteuning bij de ontwikkeling en uitvoering van het toezicht;
j. de coördinatie en uitvoering van de toezichtbaarheidstoetsen, bedoeld in artikel 41 van de wet;
k. het fungeren als coördinatie- en aanspreekpunt voor de Inspectie inzake juridische aangelegenheden;
l. de inbreng van juridische expertise ten behoeve van de bedrijfsvoering;
m. het rapporteren en het afleggen van verantwoording aan de inspecteur-generaal over de uitvoering van het jaarplan en het meerjarenplan van de Inspectie voor wat betreft de onder hem ressorterende stafafdelingen.