BWBR0021981
Geldig vanaf 2007-06-06
Artikel 14
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Inspectie Werk en Inkomen 2007
De directie Toezicht zbo’s en overige bestuursorganen is verantwoordelijk voor:
a. het houden van toezicht op de uitvoering van de wettelijke taken door de CWI, de SVB en het UWV;
b. het houden van toezicht op de uitvoering van wettelijke taken door het BKWI en het IB;
c. het houden van toezicht op de uitvoering van wettelijke taken door de RWI;
d. het houden van toezicht op de SER, de AFM, DNB, het CTB en cki’s, voor zover dit toezicht is opgedragen aan de Minister;
e. het uitvoeren van onderzoek naar instellingen die bij de Minister een aanwijzing tot cki op een werkveld hebben aangevraagd;
f. het rapporteren over de resultaten en de kwaliteit van de uitvoering en over mogelijke risico’s voor de kwaliteit van de uitvoering en de uitvoeringsorganisaties, genoemd in onderdelen a tot en met c, en over de uitkomsten van het toezicht, bedoeld in de onderdelen d en e;
g. het relatiebeheer met de instanties, genoemd in de onderdelen a tot en met e;
h. het inbrengen van kennis van de uitvoeringspraktijk in de beleidsvorming door het Ministerie.
a. het houden van toezicht op de uitvoering van de wettelijke taken door de CWI, de SVB en het UWV;
b. het houden van toezicht op de uitvoering van wettelijke taken door het BKWI en het IB;
c. het houden van toezicht op de uitvoering van wettelijke taken door de RWI;
d. het houden van toezicht op de SER, de AFM, DNB, het CTB en cki’s, voor zover dit toezicht is opgedragen aan de Minister;
e. het uitvoeren van onderzoek naar instellingen die bij de Minister een aanwijzing tot cki op een werkveld hebben aangevraagd;
f. het rapporteren over de resultaten en de kwaliteit van de uitvoering en over mogelijke risico’s voor de kwaliteit van de uitvoering en de uitvoeringsorganisaties, genoemd in onderdelen a tot en met c, en over de uitkomsten van het toezicht, bedoeld in de onderdelen d en e;
g. het relatiebeheer met de instanties, genoemd in de onderdelen a tot en met e;
h. het inbrengen van kennis van de uitvoeringspraktijk in de beleidsvorming door het Ministerie.