BWBR0021981
Geldig vanaf 2007-06-06
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Inspectie Werk en Inkomen 2007
Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:
a. het leiding geven aan de eigen directie;
b. het coördineren van het toezicht op de uitvoering van de sociale verzekeringen en voorzieningen, en op de werking van het stelsel daarvan, en van andere taken, bedoeld in artikel 37, onderdeel d, en artikel 39, tweede lid, van de wet, in samenspraak met de inspecteur-generaal en de andere directeur;
c. het door tussenkomst van de inspecteur-generaal adviseren van bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de eigen directie en het hen attenderen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten daarvan;
d. het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, binnen door de inspecteur-generaal vastgestelde kaders, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de eigen directie;
e. de personeelsaangelegenheden van de eigen directie en de onder hem ressorterende stafafdelingen, met inbegrip van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal of de inspecteur-generaal;
f. het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging;
g. het uitvoeren van het jaarplan van de Inspectie voor wat betreft de eigen directie;
h. het rapporteren en het afleggen van verantwoording over de uitvoering van het jaarplan van de Inspectie aan de inspecteur-generaal voor wat betreft de eigen directie;
i. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen;
j. het materieel beheer overeenkomstig de Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 en de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen.
a. het leiding geven aan de eigen directie;
b. het coördineren van het toezicht op de uitvoering van de sociale verzekeringen en voorzieningen, en op de werking van het stelsel daarvan, en van andere taken, bedoeld in artikel 37, onderdeel d, en artikel 39, tweede lid, van de wet, in samenspraak met de inspecteur-generaal en de andere directeur;
c. het door tussenkomst van de inspecteur-generaal adviseren van bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de eigen directie en het hen attenderen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten daarvan;
d. het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, binnen door de inspecteur-generaal vastgestelde kaders, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de eigen directie;
e. de personeelsaangelegenheden van de eigen directie en de onder hem ressorterende stafafdelingen, met inbegrip van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal of de inspecteur-generaal;
f. het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging;
g. het uitvoeren van het jaarplan van de Inspectie voor wat betreft de eigen directie;
h. het rapporteren en het afleggen van verantwoording over de uitvoering van het jaarplan van de Inspectie aan de inspecteur-generaal voor wat betreft de eigen directie;
i. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen;
j. het materieel beheer overeenkomstig de Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 en de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen.