BWBR0021823
Geldig vanaf 2007-05-11
Artikel 5
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland
1. De Minister verleent jaarlijks aan de stichting in aanvulling op de in artikel 3en 4bedoelde subsidies, met inachtneming van het gestelde in de bijlagebij deze regeling, een subsidie ten behoeve van de in artikel 2, onder b en onder c, genoemde activiteiten.
2. De aanvullende subsidie strekt bovendien tot de instandhouding van de stichting, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
a. bestrijding van de kosten van beheer en bestuur van de stichting,
b. bestrijding van de kosten van de door de stichting in te schakelen organisaties, en
c. bestrijding van de kosten van het verstrekken van informatie over het onderwijs aan naar het buitenland vertrekkende en naar Nederland terugkerende Nederlandse staatsburgers,
d. ICT.
3. De aanvullende subsidie is opgebouwd uit de elementen die zijn opgenomen in de bijlagevan deze regeling.
4. De aanvullende subsidie wordt jaarlijks aangepast conform het bepaalde in onderdeel D van de bijlage.
2. De aanvullende subsidie strekt bovendien tot de instandhouding van de stichting, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
a. bestrijding van de kosten van beheer en bestuur van de stichting,
b. bestrijding van de kosten van de door de stichting in te schakelen organisaties, en
c. bestrijding van de kosten van het verstrekken van informatie over het onderwijs aan naar het buitenland vertrekkende en naar Nederland terugkerende Nederlandse staatsburgers,
d. ICT.
3. De aanvullende subsidie is opgebouwd uit de elementen die zijn opgenomen in de bijlagevan deze regeling.
4. De aanvullende subsidie wordt jaarlijks aangepast conform het bepaalde in onderdeel D van de bijlage.