BWBR0021823
Geldig vanaf 2007-05-11
Artikel 3
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland
1. De Minister verleent jaarlijks aan de stichting, met inachtneming van het gestelde in de bijlagebij deze regeling, subsidie ten behoeve van de in artikel 2, eerste lid onder a, genoemde ondersteuning van onderwijsvoorzieningen voor basisonderwijs in het buitenland.
2. De subsidie bestaat uit een bedrag per leerling en wordt voor het basisonderwijs als bedoeld in artikel 2, derde lid, berekend op de grondslag van het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar als werkelijk schoolgaand bekend is op scholen die bij de stichting zijn aangesloten door middel van ondertekening van een akte van aansluiting, vermeerderd met een in de bijlagebij deze regeling vast te stellen percentage en rekenkundig afgerond op een geheel aantal leerlingen.
3. Het in het tweede lid bedoelde aantal leerlingen wordt voor de periode 2011 tot en met 2015 vastgesteld op maximaal 15.000. Het maximum aantal leerlingen voor een volgende periode wordt uiterlijk 15 december 2015 na overleg met de stichting vastgesteld.
4. Wanneer binnen de eerste drie jaar het maximum aantal leerlingen met meer dan 5% wordt overschreden, wordt dit maximum na overleg met de stichting tussentijds opnieuw vastgesteld.
5. De subsidie wordt jaarlijks verhoogd met de prijsstijging als gevolg van de genormeerde gemiddelde personeelslasten zoals deze gelden voor de schoolleiding.
2. De subsidie bestaat uit een bedrag per leerling en wordt voor het basisonderwijs als bedoeld in artikel 2, derde lid, berekend op de grondslag van het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar als werkelijk schoolgaand bekend is op scholen die bij de stichting zijn aangesloten door middel van ondertekening van een akte van aansluiting, vermeerderd met een in de bijlagebij deze regeling vast te stellen percentage en rekenkundig afgerond op een geheel aantal leerlingen.
3. Het in het tweede lid bedoelde aantal leerlingen wordt voor de periode 2011 tot en met 2015 vastgesteld op maximaal 15.000. Het maximum aantal leerlingen voor een volgende periode wordt uiterlijk 15 december 2015 na overleg met de stichting vastgesteld.
4. Wanneer binnen de eerste drie jaar het maximum aantal leerlingen met meer dan 5% wordt overschreden, wordt dit maximum na overleg met de stichting tussentijds opnieuw vastgesteld.
5. De subsidie wordt jaarlijks verhoogd met de prijsstijging als gevolg van de genormeerde gemiddelde personeelslasten zoals deze gelden voor de schoolleiding.