BWBR0021823
Geldig vanaf 2007-05-11
Artikel 10
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland
1. De stichting verstrekt de Minister en door haar aangewezen personen de gevraagde inlichtingen.
2. De stichting informeert de Minister in ieder geval zo spoedig mogelijk over mutaties in het bestand van het door de Minister gedetacheerde personeel, de afwikkeling van belangrijke personele zaken, alsmede over eventueel ondernomen acties naar aanleiding van rapporten van de toezichthouders met betrekking tot door hen verrichte bezoeken van onderwijsvoorzieningen.
3. De stichting draagt er zorg voor dat de Minister en door haar aangewezen personen volledige inzage hebben in de boeken en bescheiden, voor zover die niet een vertrouwelijk karakter hebben. De door de Minister aangewezen personen zijn bevoegd tot het maken van kopieën van de aangetroffen bescheiden en documenten.
4. De stichting verleent de Minister en door haar aangewezen personen toegang tot de door de stichting gebruikte lokaliteiten en voorzieningen.
5. De Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de inrichting en toegankelijkheid van de door de stichting gevoerde administratie.
2. De stichting informeert de Minister in ieder geval zo spoedig mogelijk over mutaties in het bestand van het door de Minister gedetacheerde personeel, de afwikkeling van belangrijke personele zaken, alsmede over eventueel ondernomen acties naar aanleiding van rapporten van de toezichthouders met betrekking tot door hen verrichte bezoeken van onderwijsvoorzieningen.
3. De stichting draagt er zorg voor dat de Minister en door haar aangewezen personen volledige inzage hebben in de boeken en bescheiden, voor zover die niet een vertrouwelijk karakter hebben. De door de Minister aangewezen personen zijn bevoegd tot het maken van kopieën van de aangetroffen bescheiden en documenten.
4. De stichting verleent de Minister en door haar aangewezen personen toegang tot de door de stichting gebruikte lokaliteiten en voorzieningen.
5. De Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de inrichting en toegankelijkheid van de door de stichting gevoerde administratie.