BWBR0021255
Geldig vanaf 2016-09-27
Artikel 2.3
Eisenbesluit lichaamsmateriaal 2006
1. Het orgaancentrum kent bij elke donatie een unieke identificatiecode toe aan het betreffende lichaamsmateriaal.
2. Het orgaancentrum richt zijn administratie zodanig in dat ten aanzien van lichaamsmateriaal dat door bemiddeling van het centrum is toegewezen, met behulp van de identificatiecode kunnen worden achterhaald:
a. de voor het gebruik van het lichaamsmateriaal relevante persoonsgegevens van de donor;
b. de instelling waar het materiaal ter beschikking is gekomen;
c. de datum en het tijdstip van het ter beschikking komen van het materiaal;
d. in voorkomend geval de bestemming waarvoor de donor overeenkomstig de Wet op de orgaandonatie toestemming heeft verleend;
e. de kenmerken en eigenschappen van het materiaal en de doeleinden waarvoor het, indien van toepassing mede gelet op de verleende toestemming, geschikt is;
f. de noodzakelijke aanwijzingen voor het bewaren en het gebruik;
g. eventuele bijwerkingen bij het gebruik;
h. de bij het vervoer gebruikte stoffen en materialen, de leverancier en het batchnummer ervan;
i. de naam en het adres van de instelling waaraan het lichaamsmateriaal is afgeleverd;
j. de persoonsgegevens van degene bij wiens geneeskundige behandeling het lichaamsmateriaal is gebruikt.
3. Het orgaancentrum bewaart de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens tenminste 30 jaar na de toewijzing.
2. Het orgaancentrum richt zijn administratie zodanig in dat ten aanzien van lichaamsmateriaal dat door bemiddeling van het centrum is toegewezen, met behulp van de identificatiecode kunnen worden achterhaald:
a. de voor het gebruik van het lichaamsmateriaal relevante persoonsgegevens van de donor;
b. de instelling waar het materiaal ter beschikking is gekomen;
c. de datum en het tijdstip van het ter beschikking komen van het materiaal;
d. in voorkomend geval de bestemming waarvoor de donor overeenkomstig de Wet op de orgaandonatie toestemming heeft verleend;
e. de kenmerken en eigenschappen van het materiaal en de doeleinden waarvoor het, indien van toepassing mede gelet op de verleende toestemming, geschikt is;
f. de noodzakelijke aanwijzingen voor het bewaren en het gebruik;
g. eventuele bijwerkingen bij het gebruik;
h. de bij het vervoer gebruikte stoffen en materialen, de leverancier en het batchnummer ervan;
i. de naam en het adres van de instelling waaraan het lichaamsmateriaal is afgeleverd;
j. de persoonsgegevens van degene bij wiens geneeskundige behandeling het lichaamsmateriaal is gebruikt.
3. Het orgaancentrum bewaart de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens tenminste 30 jaar na de toewijzing.