BWBR0020871
Geldig vanaf 2018-12-06
Artikel 9
Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
1. De effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder f, worden voor het totaal van deze effecten en van de achtergestelde leningen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van het eigen vermogen of het minimaal vereist eigen vermogen, naar gelang welk bedrag het laagst is, voor zover:
a. in de emissieovereenkomst is vastgelegd dat het fonds de rentebetaling uit kan stellen;
b. de vorderingen op het fonds uit hoofde van de genoemde effecten zijn achtergesteld ten opzichte van overige vorderingen;
c. in de emissieovereenkomst is vastgelegd dat verliezen kunnen worden gecompenseerd met het bedrag van de lening en nog te betalen rente; en
d. bedragen zijn gestort.
2. De aflossing van de effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten vindt niet plaats dan nadat daarvoor toestemming van De Nederlandsche Bank is verkregen.
a. in de emissieovereenkomst is vastgelegd dat het fonds de rentebetaling uit kan stellen;
b. de vorderingen op het fonds uit hoofde van de genoemde effecten zijn achtergesteld ten opzichte van overige vorderingen;
c. in de emissieovereenkomst is vastgelegd dat verliezen kunnen worden gecompenseerd met het bedrag van de lening en nog te betalen rente; en
d. bedragen zijn gestort.
2. De aflossing van de effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten vindt niet plaats dan nadat daarvoor toestemming van De Nederlandsche Bank is verkregen.