BWBR0020871
Geldig vanaf 2018-12-06
Artikel 36
Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
1. Een fonds dat op het tijdstip van inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0036084/artikel/I" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel I, onderdeel P</a>, en <a href="/wet/BWBR0036084/artikel/II" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel II, onderdeel N, van de Wet aanpassing financieel toetsingskader</a>gezien de beleidsdekkingsgraad niet beschikt over het vereist eigen vermogen, kan eenmalig het strategisch beleggingsbeleid aanpassen in afwijking van artikel 16, vierde en vijfde lid, mits ten tijde van de aanpassing gezien de beleidsdekkingsgraad ten minste wordt beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen.
2. Onverminderd het eerste lid kan een fonds dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0048328" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toekomst pensioenen</a>gezien de beleidsdekkingsgraad niet beschikt over het vereist eigen vermogen, eenmalig, na dit in het implementatieplan, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/150i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 150i van de Pensioenwet</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/145h" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 145h van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>te hebben onderbouwd, het strategisch beleggingsbeleid aanpassen in afwijking van artikel 16, vierde en vijfde lid, mits dit past bij de risicohoudingen per cohort die voor het implementatieplan zijn vastgesteld.
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt een aanpassing van het strategisch beleggingsbeleid op grond van <a href="/wet/BWBR0020892/artikel/47" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 47, vijfde lid, van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>aangemerkt als aanpassing op grond van het tweede lid.
2. Onverminderd het eerste lid kan een fonds dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0048328" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toekomst pensioenen</a>gezien de beleidsdekkingsgraad niet beschikt over het vereist eigen vermogen, eenmalig, na dit in het implementatieplan, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/150i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 150i van de Pensioenwet</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/145h" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 145h van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>te hebben onderbouwd, het strategisch beleggingsbeleid aanpassen in afwijking van artikel 16, vierde en vijfde lid, mits dit past bij de risicohoudingen per cohort die voor het implementatieplan zijn vastgesteld.
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt een aanpassing van het strategisch beleggingsbeleid op grond van <a href="/wet/BWBR0020892/artikel/47" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 47, vijfde lid, van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>aangemerkt als aanpassing op grond van het tweede lid.