BWBR0020871
Geldig vanaf 2018-12-06
Artikel 11a
Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
1. Een fonds dat pensioenregelingen uitvoert waarbij door het fonds geen beleggingsrisico wordt gelopen, beoordeelt op 31 december van ieder jaar of voldaan wordt aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen.
2. Indien het fonds, bedoeld in het eerste lid, op 31 december van het lopende boekjaar niet voldoet aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen, beoordeelt het fonds of het op 31 december van het voorafgaande boekjaar voldeed aan deze vereisten.
3. Indien het fonds, bedoeld in het eerste lid, zowel op 31 december van het lopende boekjaar als op 31 december van het voorafgaande boekjaar niet voldeed aan de in artikel 11gestelde vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen, neemt het fonds direct maatregelen zodat het op 31 december van het lopende boekjaar voldoet aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen.
2. Indien het fonds, bedoeld in het eerste lid, op 31 december van het lopende boekjaar niet voldoet aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen, beoordeelt het fonds of het op 31 december van het voorafgaande boekjaar voldeed aan deze vereisten.
3. Indien het fonds, bedoeld in het eerste lid, zowel op 31 december van het lopende boekjaar als op 31 december van het voorafgaande boekjaar niet voldeed aan de in artikel 11gestelde vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen, neemt het fonds direct maatregelen zodat het op 31 december van het lopende boekjaar voldoet aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen.