BWBR0020809
Geldig vanaf 2023-06-03
Artikel 220d
Pensioenwet
In afwijking van artikel 14, tweede lid, verwerft een werknemer die werkzaam is in een uitzendovereenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/690" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>en die op het tijdstip van inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0048328/artikel/I" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel I, onderdeel H, van de Wet toekomst pensioenen</a>in minder dan 26 weken arbeid heeft verricht, ouderdomspensioenaanspraken vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van de Wet toekomst pensioenen. Voor de berekening van de termijn van 26 weken is <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/691" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 691, vierde en vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>van overeenkomstige toepassing.