BWBR0020809
Geldig vanaf 2023-06-03
Artikel 219
Pensioenwet
1. Het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan of de raad van toezicht kan een verzoek in het kader van het recht van enquête, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2 van titel 8 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>, indienen bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
2. De <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/346" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 346 tot en met 359 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De kosten die verband houden met het indienen van het in het eerste lid bedoelde verzoek komen ten laste van het pensioenfonds indien zij redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan of de raad van toezicht en het pensioenfonds van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld.
2. De <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/346" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 346 tot en met 359 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De kosten die verband houden met het indienen van het in het eerste lid bedoelde verzoek komen ten laste van het pensioenfonds indien zij redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan of de raad van toezicht en het pensioenfonds van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld.