BWBR0020809
Geldig vanaf 2023-06-03
Artikel 146
Pensioenwet
1. Een pensioenfonds met zetel in Nederland stelt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening en het bestuursverslag overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 9, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>vast, met dien verstande dat <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/390" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 390 van genoemd wetboek</a>niet van toepassing is en dat de in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/360" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 360, derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/396" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">396</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/397" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">397 van genoemd wetboek</a>geformuleerde uitzonderingen niet van toepassing zijn.
2. Een algemeen pensioenfonds beschrijft ieder afgescheiden vermogen afzonderlijk in de jaarrekening en het bestuursverslag.
2. Een algemeen pensioenfonds beschrijft ieder afgescheiden vermogen afzonderlijk in de jaarrekening en het bestuursverslag.