BWBR0020809
Geldig vanaf 2023-06-03
Artikel 214
Pensioenwet
1. Onze Minister zendt in aanvulling op <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>alle van belang zijnde door de toezichthouder aan Onze Minister uitgebrachte toezichtrapportages, in de vorm waarin zij aan hem zijn voorgelegd, zo nodig voorzien van zijn oordeel, aan de Staten-Generaal.
2. De verplichting om elke vijf jaar een verslag aan beide kamers der Staten-Generaal te zenden ten behoeve van de beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van een zelfstandig bestuursorgaan, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, berust ten aanzien van het functioneren van de toezichthouder op grond van deze wet bij Onze Minister.
2. De verplichting om elke vijf jaar een verslag aan beide kamers der Staten-Generaal te zenden ten behoeve van de beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van een zelfstandig bestuursorgaan, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, berust ten aanzien van het functioneren van de toezichthouder op grond van deze wet bij Onze Minister.