BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 5:55
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Contractuele verrekening kan slechts onder de in de volgende leden bedoelde voorwaarden als risicoverminderend in aanmerking worden genomen.
2. De financiële onderneming heeft een overeenkomst inzake contractuele verrekening met haar tegenpartij, waaruit één enkele juridische verplichting ontstaat die alle onder die overeenkomst vallende transacties bestrijkt, zodat als een tegenpartij ingevolge een faillissement, het in gebreke blijven of een liquidatie, respectievelijk andere soortgelijke omstandigheden niet aan haar verplichtingen voldoet, de financiële onderneming slechts één vordering tot ontvangst of een verplichting tot betaling heeft van het nettobedrag van de tegen marktwaarde gewaardeerde positieve en negatieve waarden van de afzonderlijke onder de overeenkomst vallende transacties.
3. De financiële onderneming toont aan de hand van schriftelijke stukken aan DNB aan dat de overeenkomst – volgens de regels van het krachtens het internationaal privaatrecht aangewezen toepasselijke recht – aan het tweede lid voldoet. Indien het toepasselijke recht het Nederlandse recht is, wordt dit aangetoond door middel van bewijsstukken als bedoeld in afdeling 9 van Titel 2 van Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.
4. Voor de toepassing van het derde lid, beschikt de financiële onderneming over procedures die garanderen dat de rechtsgeldigheid van de door haar verrichte contractuele verrekening voortdurend getoetst wordt aan eventuele wijzigingen in het toepasselijke recht, en bewaart zij de in het derde lid bedoelde bewijsstukken.
2. De financiële onderneming heeft een overeenkomst inzake contractuele verrekening met haar tegenpartij, waaruit één enkele juridische verplichting ontstaat die alle onder die overeenkomst vallende transacties bestrijkt, zodat als een tegenpartij ingevolge een faillissement, het in gebreke blijven of een liquidatie, respectievelijk andere soortgelijke omstandigheden niet aan haar verplichtingen voldoet, de financiële onderneming slechts één vordering tot ontvangst of een verplichting tot betaling heeft van het nettobedrag van de tegen marktwaarde gewaardeerde positieve en negatieve waarden van de afzonderlijke onder de overeenkomst vallende transacties.
3. De financiële onderneming toont aan de hand van schriftelijke stukken aan DNB aan dat de overeenkomst – volgens de regels van het krachtens het internationaal privaatrecht aangewezen toepasselijke recht – aan het tweede lid voldoet. Indien het toepasselijke recht het Nederlandse recht is, wordt dit aangetoond door middel van bewijsstukken als bedoeld in afdeling 9 van Titel 2 van Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.
4. Voor de toepassing van het derde lid, beschikt de financiële onderneming over procedures die garanderen dat de rechtsgeldigheid van de door haar verrichte contractuele verrekening voortdurend getoetst wordt aan eventuele wijzigingen in het toepasselijke recht, en bewaart zij de in het derde lid bedoelde bewijsstukken.
- Citeren als
- Art. 5:55
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl