BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 4:29
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Ten aanzien van correlatie geldt:
a. de kredietkwaliteit van de debiteur en de waarde van de zekerheid zijn niet in duidelijke mate afhankelijk van dezelfde economische factoren; en
b. effecten die door de debiteur of een verbonden groepsentiteit zijn uitgegeven, kunnen niet als toelaatbare zekerheid worden aangemerkt.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan de eigen uitgifte van gedekte obligaties door de debiteur overeenkomstig de voorwaarden genoemd in paragraaf 2.2.14 als toelaatbare zekerheid worden aangemerkt, indien deze gedekte obligaties als zekerheid worden verstrekt bij retrocessie-overeenkomsten en aan de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde voorwaarde is voldaan.
a. de kredietkwaliteit van de debiteur en de waarde van de zekerheid zijn niet in duidelijke mate afhankelijk van dezelfde economische factoren; en
b. effecten die door de debiteur of een verbonden groepsentiteit zijn uitgegeven, kunnen niet als toelaatbare zekerheid worden aangemerkt.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan de eigen uitgifte van gedekte obligaties door de debiteur overeenkomstig de voorwaarden genoemd in paragraaf 2.2.14 als toelaatbare zekerheid worden aangemerkt, indien deze gedekte obligaties als zekerheid worden verstrekt bij retrocessie-overeenkomsten en aan de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde voorwaarde is voldaan.
- Citeren als
- Art. 4:29
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl