BWBR0020445
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 5.3
Besluit geluidhinder
1. Behoudens bij toepassing van artikel 4.7kan een verzoek als bedoeld in artikel 110a, derde lid, van de wetmet betrekking tot een zone langs een spoorweg als bedoeld in artikel 1.4en, voor zover het de aanleg van nog niet geprojecteerde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen betreft, als bedoeld in artikel 1.4a, worden gedaan door:
a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woningen, de andere geluidsgevoelige gebouwen of de geluidsgevoelige terreinen gesitueerd zijn of worden, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de spoorweg gesitueerd is of wordt, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt;
c. de spoorwegexploitant, indien het betreft de aanleg of wijziging van een spoorweg.
2. Bij toepassing van artikel 4.7wordt een verzoek als bedoeld in het eerste lid gedaan door de spoorwegexploitant.
a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woningen, de andere geluidsgevoelige gebouwen of de geluidsgevoelige terreinen gesitueerd zijn of worden, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de spoorweg gesitueerd is of wordt, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt;
c. de spoorwegexploitant, indien het betreft de aanleg of wijziging van een spoorweg.
2. Bij toepassing van artikel 4.7wordt een verzoek als bedoeld in het eerste lid gedaan door de spoorwegexploitant.