BWBR0020445
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 4.25
Besluit geluidhinder
1. Indien Onze Minister toepassing heeft gegeven aan het artikel 4.16, tweede of derde lid, treffen burgemeester en wethouders de in het tweede lid beschreven maatregelen, indien:
a. ten minste één geluidsgevoelige ruimte binnen een woning, onderscheidenlijk ten minste één verblijfsruimte als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 43 dB, of
b. ten minste één verblijfsruimte als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3°, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 38 dB.
2. De maatregelen ter uitvoering van het eerste lid hebben betrekking op de geluidwering van de gevel en bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen:
a. in het eerste lid, onder a, bedoelde geval in geluidsgevoelige ruimten binnen de woning, onderscheidenlijk in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw, 38 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB, niet te boven zal gaan;
b. in het eerste lid, onder b, bedoelde geval in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw 33 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 38 dB, niet te boven zal gaan.
a. ten minste één geluidsgevoelige ruimte binnen een woning, onderscheidenlijk ten minste één verblijfsruimte als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 43 dB, of
b. ten minste één verblijfsruimte als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3°, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 38 dB.
2. De maatregelen ter uitvoering van het eerste lid hebben betrekking op de geluidwering van de gevel en bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen:
a. in het eerste lid, onder a, bedoelde geval in geluidsgevoelige ruimten binnen de woning, onderscheidenlijk in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw, 38 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB, niet te boven zal gaan;
b. in het eerste lid, onder b, bedoelde geval in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw 33 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 38 dB, niet te boven zal gaan.