BWBR0020445
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 4.3
Besluit geluidhinder
1. Bij het voorbereiden van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld in artikel 1.4of artikel 1.4aof bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 4.2, wordt vanwege burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk gedeputeerde staten of Onze Minister een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
a. de geluidsbelasting die door woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen binnen de toekomstige zone vanwege de spoorweg zou worden ondervonden, zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;
b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de onder a bedoelde objecten de waarden die ingevolge de artikelen 4.9, 4.13 en 4.15, juncto 4.13 als de ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt, te boven zou gaan.
2. Indien wordt overwogen toepassing te geven aan de artikelen 4.10 tot en met 4.12, 4.14en 4.15juncto 4.14heeft het akoestisch onderzoek tevens betrekking op de doeltreffendheid van de maatregelen om te voldoen aan de vast te stellen hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.
3. Indien de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan of de vergunning bedoeld in artikel 4.2, betrekking heeft op een wijziging van een spoorweg, wordt tevens akoestisch onderzoek ingesteld naar de heersende waarde.
a. de geluidsbelasting die door woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen binnen de toekomstige zone vanwege de spoorweg zou worden ondervonden, zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;
b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de onder a bedoelde objecten de waarden die ingevolge de artikelen 4.9, 4.13 en 4.15, juncto 4.13 als de ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt, te boven zou gaan.
2. Indien wordt overwogen toepassing te geven aan de artikelen 4.10 tot en met 4.12, 4.14en 4.15juncto 4.14heeft het akoestisch onderzoek tevens betrekking op de doeltreffendheid van de maatregelen om te voldoen aan de vast te stellen hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.
3. Indien de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan of de vergunning bedoeld in artikel 4.2, betrekking heeft op een wijziging van een spoorweg, wordt tevens akoestisch onderzoek ingesteld naar de heersende waarde.