BWBR0020360
Geldig vanaf 2007-12-14
Artikel 9
Regeling medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
1. Bij de berekening van de financiële bijdrage worden in aanmerking genomen de direct aanwijsbare kosten van personele en materiële aard die voor de werkzaamheden zijn gemaakt of daaraan zijn toe te rekenen en een redelijk aandeel in de indirecte kosten van toezicht en leiding en van hulpverlenende afdelingen.
2. De minister stelt, na het productschap te hebben gehoord, de verdeelsleutels vast voor de toerekening van de gemeenschappelijke directe kosten. Na het productschap te hebben gehoord bepaalt hij voorts diens voor vergoeding in aanmerking komend redelijk aandeel in de indirecte kosten.
3. Het productschap stelt de minister van tevoren op de hoogte van de door het productschap voorgenomen investeringen verband houdende of mede verband houdende met de uitvoering van het communautair landbouwbeleid.
2. De minister stelt, na het productschap te hebben gehoord, de verdeelsleutels vast voor de toerekening van de gemeenschappelijke directe kosten. Na het productschap te hebben gehoord bepaalt hij voorts diens voor vergoeding in aanmerking komend redelijk aandeel in de indirecte kosten.
3. Het productschap stelt de minister van tevoren op de hoogte van de door het productschap voorgenomen investeringen verband houdende of mede verband houdende met de uitvoering van het communautair landbouwbeleid.