BWBR0020360
Geldig vanaf 2007-12-14
Artikel 23
Regeling medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
1. De productschappen dienen jaarlijks vóór 1 juni volgend op het begrotingsjaar bij de minister de rekening over het afgelopen begrotingsjaar ter goedkeuring in ter verkrijging van het bedrag van de financiële bijdrage waarop zij aanspraak maken, welke is gespecificeerd en toegelicht overeenkomstig de bepalingen met betrekking tot de begroting. De rekening dient vergezeld te gaan van een verklaring van een registeraccountant, niet zijnde een interne accountant van het productschap.
2. Indien bij het onderzoek van de rekening van bezwaren tegen bepaalde daarin opgenomen posten blijkt welke niet door ambtelijk overleg kunnen worden weggenomen, stelt de minister het productschap daarvan in kennis onder uitnodiging binnen een door hem te bepalen termijn hetzij de ingediende rekening te corrigeren, hetzij nadere toelichting of bewijsstukken te verstrekken.
3. De bijdrage is gelijk aan het totaal van de met inachtneming van deze beschikking berekende, voor vergoeding in aanmerking komende kosten verminderd met de op de bijdrage te korten baten als bedoeld in artikel 18en de aan de minister te vergoeden gelden als bedoeld in artikel 19.
4. De minister keurt de rekening goed binnen 3 maanden te rekenen vanaf het tijdstip waarop de rekening alsmede alle op grond van dit artikel gevraagde gegevens en bescheiden aan hem zijn overgelegd.
5. De goedkeuring van de rekening over enig dienstjaar laat onverlet de toepassing van artikel 19op financiële verrichtingen van dat jaar.
6. Voor zover de bijdrage, zoals die door de minister is vastgesteld, afwijkt van de door het betrokken productschap ingediende rekening, is de beslissing van de minister met redenen omkleed.
2. Indien bij het onderzoek van de rekening van bezwaren tegen bepaalde daarin opgenomen posten blijkt welke niet door ambtelijk overleg kunnen worden weggenomen, stelt de minister het productschap daarvan in kennis onder uitnodiging binnen een door hem te bepalen termijn hetzij de ingediende rekening te corrigeren, hetzij nadere toelichting of bewijsstukken te verstrekken.
3. De bijdrage is gelijk aan het totaal van de met inachtneming van deze beschikking berekende, voor vergoeding in aanmerking komende kosten verminderd met de op de bijdrage te korten baten als bedoeld in artikel 18en de aan de minister te vergoeden gelden als bedoeld in artikel 19.
4. De minister keurt de rekening goed binnen 3 maanden te rekenen vanaf het tijdstip waarop de rekening alsmede alle op grond van dit artikel gevraagde gegevens en bescheiden aan hem zijn overgelegd.
5. De goedkeuring van de rekening over enig dienstjaar laat onverlet de toepassing van artikel 19op financiële verrichtingen van dat jaar.
6. Voor zover de bijdrage, zoals die door de minister is vastgesteld, afwijkt van de door het betrokken productschap ingediende rekening, is de beslissing van de minister met redenen omkleed.