BWBR0020360
Geldig vanaf 2007-12-14
Artikel 22
Regeling medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
1. Ten behoeve van de bevoorschotting dienen de productschappen in de maand volgende op ieder kwartaal bij de minister in:
a. een opgave van de gerealiseerde uitgaven over het daaraan voorafgaande kwartaal;
b. een opgave van de te verwachten uitgaven van het lopende kwartaal;
c. een opgave van de vermoedelijke realisatie van de begroting over het lopende begrotingsjaar.
2. De in het eerste lid bedoelde opgaven gaan vergezeld van een toereikende toelichting.
3. Aan de productschappen worden per kwartaal voorschotten verstrekt op basis van de opgave voor de verwachte uitgaven in het lopende kwartaal, voor zover die uitgaven binnen het kader van de goedgekeurde begroting gelegen zijn.
4. Indien de begroting niet vóór de aanvang van het jaar, waarvoor zij moet dienen, is goedgekeurd, worden de voorschotten verstrekt op basis van de goedgekeurde begroting van het voorgaande begrotingsjaar, met dien verstande dat geen voorschotten worden verstrekt ten behoeve van categorieën van werkzaamheden welke in het voorgaande begrotingsjaar zijn verricht, maar niet meer worden verricht in het jaar waarop de voorschotten betrekking hebben.
a. een opgave van de gerealiseerde uitgaven over het daaraan voorafgaande kwartaal;
b. een opgave van de te verwachten uitgaven van het lopende kwartaal;
c. een opgave van de vermoedelijke realisatie van de begroting over het lopende begrotingsjaar.
2. De in het eerste lid bedoelde opgaven gaan vergezeld van een toereikende toelichting.
3. Aan de productschappen worden per kwartaal voorschotten verstrekt op basis van de opgave voor de verwachte uitgaven in het lopende kwartaal, voor zover die uitgaven binnen het kader van de goedgekeurde begroting gelegen zijn.
4. Indien de begroting niet vóór de aanvang van het jaar, waarvoor zij moet dienen, is goedgekeurd, worden de voorschotten verstrekt op basis van de goedgekeurde begroting van het voorgaande begrotingsjaar, met dien verstande dat geen voorschotten worden verstrekt ten behoeve van categorieën van werkzaamheden welke in het voorgaande begrotingsjaar zijn verricht, maar niet meer worden verricht in het jaar waarop de voorschotten betrekking hebben.