BWBR0020360
Geldig vanaf 2007-12-14
Artikel 15
Regeling medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
1. De door een productschap gedane uitgaven wegens op wachtgeldstelling van personeel die direct of indirect voortvloeien of mede voortvloeien uit beëindiging of inkrimping van werkzaamheden in de zin van artikel 5worden bij de berekening van de financiële bijdrage volgens het gestelde in de volgende leden mede in aanmerking genomen mits met de minister over de op wachtgeldstelling, de daaruit voortvloeiende kosten en de toedeling daarvan voorafgaand overleg is gepleegd.
2. Bij het overleg, bedoeld in het eerste lid, worden van geval tot geval het voor vergoeding in aanmerking komende procentueel aandeel in de kosten en eventueel de tijdsduur gedurende welke een zodanig aandeel voor vergoeding in aanmerking komt, bepaald met inachtneming van het relatieve aandeel dat de, naar aard en niveau te onderscheiden, werkzaamheden in de zin van artikel 5uitmaken van het geheel van de aldus te onderscheiden werkzaamheden uit de beëindiging waarvan de op wachtgeldstelling is voortgevloeid, en in voorkomend geval:
a. de verhouding tussen het salarisniveau geldend voor de beëindigde werkzaamheden in de zin van artikel 5 en dat van de op wachtgeld gestelde werknemers;
b. het ingevolge artikel 9 bepaald redelijk aandeel van de kosten van de beëindigde werkzaamheden in de zin van artikel 5 dat voor vergoeding in aanmerking kwam;
c. de verhouding tussen de tijdsduur gedurende welke de beëindigde werkzaamheden in de zin van artikel 5 zijn verricht en de diensttijd van de op wachtgeld gestelde werknemers;
d. andere relevante factoren.
3. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt bepaalt de minister, gehoord het productschap, het voor vergoeding in aanmerking te brengen procentueel aandeel van de kosten en eventueel de tijdsduur gedurende welke de vergoeding wordt verleend.
2. Bij het overleg, bedoeld in het eerste lid, worden van geval tot geval het voor vergoeding in aanmerking komende procentueel aandeel in de kosten en eventueel de tijdsduur gedurende welke een zodanig aandeel voor vergoeding in aanmerking komt, bepaald met inachtneming van het relatieve aandeel dat de, naar aard en niveau te onderscheiden, werkzaamheden in de zin van artikel 5uitmaken van het geheel van de aldus te onderscheiden werkzaamheden uit de beëindiging waarvan de op wachtgeldstelling is voortgevloeid, en in voorkomend geval:
a. de verhouding tussen het salarisniveau geldend voor de beëindigde werkzaamheden in de zin van artikel 5 en dat van de op wachtgeld gestelde werknemers;
b. het ingevolge artikel 9 bepaald redelijk aandeel van de kosten van de beëindigde werkzaamheden in de zin van artikel 5 dat voor vergoeding in aanmerking kwam;
c. de verhouding tussen de tijdsduur gedurende welke de beëindigde werkzaamheden in de zin van artikel 5 zijn verricht en de diensttijd van de op wachtgeld gestelde werknemers;
d. andere relevante factoren.
3. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt bepaalt de minister, gehoord het productschap, het voor vergoeding in aanmerking te brengen procentueel aandeel van de kosten en eventueel de tijdsduur gedurende welke de vergoeding wordt verleend.