BWBR0020052
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 59
Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen
1. Een ieder die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, naar hij weet of behoort te weten, beschikt over een substantiële deelneming of over een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in een uitgevende instelling, doet daarvan binnen vier weken na dat tijdstip aan Onze Minister melding. Indien op grond van de artikelen 6, eerste of tweede lid, 7, eerste lid, 8of 10een onverwijlde melding dient plaats te vinden en een melding op grond van het onderhavige artikel nog niet heeft plaatsgevonden, wordt de laatstbedoelde melding gelijktijdig met de onverwijlde melding gedaan.
2. Een melding als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, bevat de volgende gegevens:
a. de naam van de meldingsplichtige;
b. het adres en de woonplaats van de meldingsplichtige;
c. het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;
d. de naam van de uitgevende instelling;
e. het aantal en de soort aandelen en stemmen waarover de meldingsplichtige beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;
f. voor zover artikel 13, derde lid, eerste volzin, van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij;
g. het aantal en de aard van de stemmen.
2. Een melding als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, bevat de volgende gegevens:
a. de naam van de meldingsplichtige;
b. het adres en de woonplaats van de meldingsplichtige;
c. het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;
d. de naam van de uitgevende instelling;
e. het aantal en de soort aandelen en stemmen waarover de meldingsplichtige beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;
f. voor zover artikel 13, derde lid, eerste volzin, van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij;
g. het aantal en de aard van de stemmen.