BWBR0020052
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 11
Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen
1. Een ieder die op het tijdstip waarop een naamloze vennootschap naar Nederlands recht een uitgevende instelling wordt naar hij weet of behoort te weten beschikt over een substantiële deelneming of een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in deze uitgevende instelling, meldt dat onverwijld aan Onze Minister.
2. Een ieder die op het tijdstip waarop een rechtspersoon, opgericht naar het recht van een staat, die niet een lidstaat is van de Europese Unie, een uitgevende instelling wordt naar hij weet of behoort te weten beschikt over een substantiële deelneming in deze uitgevende instelling, meldt dat onverwijld aan Onze Minister.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen een meldingsplichtige behoort te weten dat hij beschikt over een substantiële deelneming in een uitgevende instelling.
2. Een ieder die op het tijdstip waarop een rechtspersoon, opgericht naar het recht van een staat, die niet een lidstaat is van de Europese Unie, een uitgevende instelling wordt naar hij weet of behoort te weten beschikt over een substantiële deelneming in deze uitgevende instelling, meldt dat onverwijld aan Onze Minister.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen een meldingsplichtige behoort te weten dat hij beschikt over een substantiële deelneming in een uitgevende instelling.