BWBR0020052
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 3
Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen
1. De uitgevende instelling meldt onverwijld aan Onze Minister iedere wijziging in haar stemmen, voor zover deze wijziging niet voortvloeit uit wijzigingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid. Indien een wijziging in de stemmen voortvloeit uit een wijziging als bedoeld in artikel 2, eerste lid, tweede volzin, kan de uitgevende instelling deze wijziging gelijktijdig met die wijziging melden aan Onze Minister.
2. De uitgevende instelling meldt periodiek aan Onze Minister het totaal van de wijzigingen in de stemmen waarvoor geen meldingsplicht bestaat op grond van het eerste lid, eerste volzin, voor zover zij deze wijzigingen niet reeds heeft gemeld op grond van het eerste lid, tweede volzin. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de periode vastgesteld waarop de melding betrekking heeft en de termijn waarbinnen de melding moet hebben plaatsgevonden.
3. De uitgevende instelling meldt onverwijld aan Onze Minister elke uitgifte of intrekking met haar medewerking van aandelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, voor zover deze betrekking heeft op een procent of meer van haar kapitaal. De uitgevende instelling kan tevens aan Onze Minister op ieder tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van de in het vierde lid bedoelde periodieke melding elke overige uitgifte of intrekking van aandelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, melden.
4. De uitgevende instelling meldt periodiek aan Onze Minister het totaal van de uitgegeven of ingetrokken aandelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°waarvoor geen meldingsplicht bestaat op grond van het derde lid, eerste volzin, voor zover zij deze niet reeds heeft gemeld op grond van het derde lid, tweede volzin. Bij algemene maatregel van bestuur worden de periode vastgesteld waarop de melding betrekking heeft en de termijn waarbinnen de melding moet hebben plaatsgevonden.
2. De uitgevende instelling meldt periodiek aan Onze Minister het totaal van de wijzigingen in de stemmen waarvoor geen meldingsplicht bestaat op grond van het eerste lid, eerste volzin, voor zover zij deze wijzigingen niet reeds heeft gemeld op grond van het eerste lid, tweede volzin. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de periode vastgesteld waarop de melding betrekking heeft en de termijn waarbinnen de melding moet hebben plaatsgevonden.
3. De uitgevende instelling meldt onverwijld aan Onze Minister elke uitgifte of intrekking met haar medewerking van aandelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, voor zover deze betrekking heeft op een procent of meer van haar kapitaal. De uitgevende instelling kan tevens aan Onze Minister op ieder tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van de in het vierde lid bedoelde periodieke melding elke overige uitgifte of intrekking van aandelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, melden.
4. De uitgevende instelling meldt periodiek aan Onze Minister het totaal van de uitgegeven of ingetrokken aandelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°waarvoor geen meldingsplicht bestaat op grond van het derde lid, eerste volzin, voor zover zij deze niet reeds heeft gemeld op grond van het derde lid, tweede volzin. Bij algemene maatregel van bestuur worden de periode vastgesteld waarop de melding betrekking heeft en de termijn waarbinnen de melding moet hebben plaatsgevonden.