BWBR0019322
Geldig vanaf 2006-04-21
Artikel 10
Vrijstellingsregeling Wfd
1. Van hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald zijn vrijgesteld financiële dienstverleners voor zover zij financiële diensten verlenen ten aanzien van beleggingsobjecten die:
a. worden aangeboden aan minder dan honderd consumenten;
b. deel uitmaken van een serie van beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel u, van het besluit die minder dan twintig beleggingsobjecten omvat;
c. een waarde hebben die niet kan worden bepaald op basis van vooraf in het prospectus, bedoeld in artikel 35 van het besluit opgenomen objectieve en toetsbare criteria; of
d. worden aangeboden voor een nominaal bedrag per beleggingsobject van ten minste € 50.000,–.
2. De in het eerste lid geregelde vrijstelling is slechts van toepassing indien de desbetreffende financiële dienstverlener in alle door of namens hem gedane reclame-uitingen en opgestelde offertes inzake het beleggingsobject vermeldt dat hij voor het verlenen van financiële diensten ten aanzien van het beleggingsobject niet onder toezicht staat van de toezichthouder.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële dienstverleners die financiële diensten verlenen ten aanzien van financiële producten als bedoeld in artikel 3 van het besluit.
a. worden aangeboden aan minder dan honderd consumenten;
b. deel uitmaken van een serie van beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel u, van het besluit die minder dan twintig beleggingsobjecten omvat;
c. een waarde hebben die niet kan worden bepaald op basis van vooraf in het prospectus, bedoeld in artikel 35 van het besluit opgenomen objectieve en toetsbare criteria; of
d. worden aangeboden voor een nominaal bedrag per beleggingsobject van ten minste € 50.000,–.
2. De in het eerste lid geregelde vrijstelling is slechts van toepassing indien de desbetreffende financiële dienstverlener in alle door of namens hem gedane reclame-uitingen en opgestelde offertes inzake het beleggingsobject vermeldt dat hij voor het verlenen van financiële diensten ten aanzien van het beleggingsobject niet onder toezicht staat van de toezichthouder.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële dienstverleners die financiële diensten verlenen ten aanzien van financiële producten als bedoeld in artikel 3 van het besluit.