BWBR0019322
Geldig vanaf 2006-04-21
Artikel 21
Vrijstellingsregeling Wfd
1. Van hetgeen is bepaald in artikel 27, tweede lid, van de weten ingevolge artikel 100 van de wet, voor zover het ingevolge dat artikelbepaalde betrekking heeft op personen als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de wet, zijn vrijgesteld financiële dienstverleners voor zover zij financiële diensten verlenen ten aanzien van:
a. betaalrekeningen met inbegrip van de daaraan verbonden betaalfaciliteiten;
b. spaarrekeningen met inbegrip van de daaraan verbonden spaarfaciliteiten, tenzij het spaarrekeningen betreft waarvan de rentevergoeding voor de consument is gekoppeld aan de koersontwikkeling van een of enkele op een effectenbeurs als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 genoteerde effecten.
2. Van hetgeen is bepaald in artikel 32 van de weten ingevolge artikel 100 van de wet, voor zover het ingevolge dat artikelbepaalde betrekking heeft op artikel 32 van de wet, zijn vrijgesteld financiële dienstverleners voor zover zij financiële diensten verlenen ten aanzien van financiële producten, met uitzondering van:
a. complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het besluit;
b. spaarrekeningen met inbegrip van de daaraan verbonden spaarfaciliteiten, waarvan de rentevergoeding voor de consument is gekoppeld aan de koersontwikkeling van een of enkele op een effectenbeurs als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 genoteerde effecten;
c. effecten;
d. kredieten waarvan de kredietsom meer dan € 1.000,– bedraagt;
e. hypothecaire kredieten;
f. verzekeringen in verband met het geheel of gedeeltelijk wegvallen van het inkomen van een consument, niet zijnde verzekeringen ter dekking van een risico dat verband houdt met de nakoming van betalingsverplichtingen uit hoofde van een overeenkomst inzake krediet;
g. financiële product als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, onder 9°, van de wet.
a. betaalrekeningen met inbegrip van de daaraan verbonden betaalfaciliteiten;
b. spaarrekeningen met inbegrip van de daaraan verbonden spaarfaciliteiten, tenzij het spaarrekeningen betreft waarvan de rentevergoeding voor de consument is gekoppeld aan de koersontwikkeling van een of enkele op een effectenbeurs als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 genoteerde effecten.
2. Van hetgeen is bepaald in artikel 32 van de weten ingevolge artikel 100 van de wet, voor zover het ingevolge dat artikelbepaalde betrekking heeft op artikel 32 van de wet, zijn vrijgesteld financiële dienstverleners voor zover zij financiële diensten verlenen ten aanzien van financiële producten, met uitzondering van:
a. complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het besluit;
b. spaarrekeningen met inbegrip van de daaraan verbonden spaarfaciliteiten, waarvan de rentevergoeding voor de consument is gekoppeld aan de koersontwikkeling van een of enkele op een effectenbeurs als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 genoteerde effecten;
c. effecten;
d. kredieten waarvan de kredietsom meer dan € 1.000,– bedraagt;
e. hypothecaire kredieten;
f. verzekeringen in verband met het geheel of gedeeltelijk wegvallen van het inkomen van een consument, niet zijnde verzekeringen ter dekking van een risico dat verband houdt met de nakoming van betalingsverplichtingen uit hoofde van een overeenkomst inzake krediet;
g. financiële product als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, onder 9°, van de wet.